Journalistiek | Chayah Godschalk


ACHTERGRONDREPORTAGE

‘Tot het verzorgingshuis ons scheidt’?

Meneer en mevrouw Hofmeijer zijn onafscheidelijk. Na een huwelijk van 21 jaar zijn ze nog elke dag, de hele dag, bij elkaar. Samen lunchen, samen dineren, samen in slaap dommelen. Overdag dan. Want ’s avonds gaat mevrouw Hofmeijer weer naar huis en blijft meneer Hofmeijer op zijn kamer in het verzorgingshuis.

 

In de wet is opgenomen dat oudere echtparen niet meer mogen worden gescheiden wanneer één van hen verhuist naar een verzorgingshuis. De echtgenoot heeft dan aanspraak op verblijf in dezelfde instelling, volgens het Besluit Zorgaanspraken AWBZ, artikel 9, lid 3. Hoe kan het dan dat er nog steeds echtparen, zoals Hofmeijer, gescheiden leven?

 

Aan een tafeltje in het restaurant van het verzorgingshuis legt mevrouw Hofmeijer hun situatie uit. “Van de ene op de andere dag kon mijn man niet meer lopen. Hij is toen naar het hospice gebracht. Ik wist toen niet eens wat dat was; dat je daar komt te liggen als je niet meer beter wordt.” Maar meneer Hofmeijer werd, tegen verwachting in, wel beter. Omdat hij opknapte, kon hij niet in het hospice blijven. “Maar hij kon nog steeds niet lopen en had veel verzorging nodig. Toen hebben ze hem hierheen gebracht. Dat is nu bijna een jaar geleden.”

Mevrouw Hofmeijer lijkt weinig inspraak te hebben gehad in welk verzorgingshuis het zou worden. “De arts heeft dat toen allemaal geregeld.”

 “Nou moet je wel even wakker blijven, Karel.” In zijn elektrische rolstoel opent meneer Hofmeijer van 88 jaar zijn ogen en kijkt haar even zwijgend aan, waarna hij weer wegdommelt.

“Ik kom elke ochtend met de taxi hier naartoe. Omdat ik zoveel van huis ben, kon ik niet meer voor ons hondje verzorgen. Nu zorgen kennissen voor hem. We hadden hem al als pup, dus hem afstaan vond ik wel erg moeilijk. Als ik ’s avonds om zeven uur weer door de taxi word thuisgebracht, kom ik binnen in een leeg huis.”

 

Verpleeghuizen hebben vaak geen ruimte om ook de partner op te nemen. Volgens voormalig PvdA-leider Diederik Samsom is 

 

het voor ouderen wel degelijk mogelijk om samen te blijven wonen.“Niet in elk verpleeghuis. Maar wel in elke regio”, schreef hij in 2014. In iedere regio moet er minstens één verpleeghuis zijn waar beide partners kunnen worden opgenomen.

 

Tegelijkertijd wordt er gestimuleerd om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Op 12 oktober 2018 kwam het platform Langer Thuis in Huis naar buiten met een interactieve checklist voor ouderen die langer thuis blijven wonen. Deze checklist met persoonlijk advies zou ouderen helpen hun huis zo veilig en bruikbaar mogelijk te maken. Niet alleen wordt de kans op ongelukken verkleind, ook een dreigend isolement wordt aangepakt. Verschillende tips helpen bij het zo lang mogelijk zelfstandig wonen van de oudere.

 

Uit een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van april 2018, blijkt dat 94% van de 65-plussers thuis woont en van mensen boven de 85 jaar is dit 70%. Ook stelt de NZa dat slechts 6% van de ouderen in een verpleeghuis woont.

 

Mevrouw  Hofmeijer woont ook nog zo lang mogelijk zelfstandig thuis. Ook als ze wel in dit verzorgingshuis had kunnen wonen, zou ze dat niet hebben gewild. “Ik ben 77 jaar en nog vitaal. Ik ben wat slecht ter been, maar ik ben er nog lang niet aan toe om in een verzorgingshuis te zitten.”

 

De Rijksoverheid gaat de komende jaren ruim €340 miljoen investeren in het programma Langer Thuis, dat op 18 juni j.l. werd geïntroduceerd. Het kabinet, de gemeenten en een reeks maatschappelijke partijen slaan hiermee de handen ineen om de woonsituatie voor ouderen te verbeteren.

 

Met behulp van bijvoorbeeld thuiszorg kunnen ouderen langer thuis blijven wonen. Ook mevrouw Hofmeijer heeft hier veel baat bij. “Mijn hulp doet het huishouden en kijkt welke boodschappen er moeten komen. Ik hoef eigenlijk niets meer te doen, waardoor ik elke dag bij mijn man kan zijn.” Ze kijkt liefdevol naar meneer Hofmeijer, die net weer wakker wordt.

 

*Namen zijn gefingeerd.



INTERVIEW

OPGEGROEID IN HIERDEN TIJDENS WO II

Twee vriendinnen uit Hierden willen hun beleving van de Tweede Wereldoorlog met ons delen. Deze dames van 83 en 88 jaar groeiden tijdens de bezetting op. Het leeftijdsverschil tussen hen zorgde ervoor dat ze de gebeurtenissen op verschillende manieren hebben beleefd. 75 jaar later vertellen zij hun verhaal.

Nellie was 8 jaar toen Harderwijk en Hierden door de Duitsers werden bezet. Zij woonde met haar ouders en drie broers vlak achter de straat van Joukje. Joukje was 13 jaar en de jongste van vijf meiden.

Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers onaangekondigd Nederland binnen. Wat herinnert u zich van die dag?

Joukje: ’s Ochtends vroeg werden we gewekt door een buurvrouw. Ze vertelde mijn moeder dat de oorlog was begonnen en we moesten ons direct buiten verzamelen. We hoorden op de radio over de gebeurtenissen in het land. Dat was erg beangstigend.

Nederland is in totaal vijf dagen in oorlog geweest met Duitsland. Op 15 mei 1940 gaf Nederland zich over en sindsdien werd het land door de Duitsers bezet. Waaraan merkte u dat u niet vrij was?

Nellie: We waren nooit veilig. Er kwamen regelmatig gevechtsvliegtuigen overvliegen. Na enige tijd wisten we uit ons hoofd wat voor soorten er waren en we gaven ze zelfs namen. Er werden er ook veel neergeschoten, de hemel lichtte dan op.

Joukje: Verdwaalde kogels konden veel schade aanrichten. Een gezin uit de buurt was gezellig kerst aan het vieren. Ze zaten aan tafel en het jonge dochtertje was enthousiast aan het zingen. Plotseling schoot er een kogel door het raam en het kindje werd geraakt. De kogel was afkomstig van een vliegtuig dat de Stelling Hase in Harderwijk beschoot. Het arme meisje overleefde het niet. Erg verdrietig!

Nellie: Overal langs de weg zaten gaten in de grond.

 

Eenmansgaten heetten die. Op je hurken zat je beschermd tegen vliegtuiggeschut dat horizontaal langs de grond ging. We hadden ook schuilkelders achter het huis, waar we ’s nachts soms urenlang moesten wachten tot het weer stil was.

Joukje: Mijn zus, die toen zwanger was, stond een keer buiten toen er ineens een vliegtuig overkwam. Ze kon niet op tijd weg komen, dus redde ze zichzelf door om een boom met het vliegtuig mee te lopen. Een andere keer na vuurgevechten vond ik een grote ijzeren bomscherf in de muur van ons huis. Er kon altijd iets gebeuren, maar ik was eigenlijk nooit bang.

Nellie: Nou, ik wel!

Joukje: Ik maakte er altijd maar een spelletje van. Als er bijvoorbeeld weer eens razzia was, werden de kinderen naar het woud gestuurd om bosbessen te plukken. Daar speelden we met pijl en boog, met vergieten als helmen op ons hoofd. Alsof niets ons raken kon.

Nellie: We praatten thuis ook niet over wat er gebeurde. Als je ernaar vroeg, kreeg je toch geen antwoord. We gehoorzaamden en vroegen nergens naar. Dit was normaal, dit was onze jeugd.

Wat heeft het meest indruk op u gemaakt?

Joukje: Het geheimzinnige. Van een mevrouw in Harderwijk moest ik eens een pakketje naar het station brengen. Ik moest het afgeven aan een meisje met een zakdoek in haar hand, maar ik mocht niets zeggen, zelfs geen gedag. Ik kan me het meisje van twintig jaar nog zo voor de geest halen, met haar donkerblauwe jas en zwarte haar. Ik heb gedaan wat de vrouw zei, zonder er ooit achter te komen wat er in het pakketje zat. In die tijd gehoorzaamde je gewoon en je sprak er thuis ook niet over. Thuis sprak je eigenlijk nergens over. Mijn vader zag een keer een Duitse auto geparkeerd met een zendapparaat achterop. Hij heeft dat apparaat gestolen en naar huis gebracht. Ik mocht er niet naar vragen of over praten.

 

Die nacht werd het opgehaald door de ondergrondse. Toen was ik wel angstig, want ik besefte: als mijn vader gepakt werd, zouden de Duitsers geen genade hebben.
Zij waren meedogenloos. Onze dokter uit het dorp protesteerde toen soldaten zijn fiets in beslag wilden nemen. Hij had namelijk een vergunning om die fiets te houden. Ze schoten hem ter plekke dood en een verdwaalde kogel doodde ook de melkboer, die er toevallig achter stond.
Je moest altijd op je hoede zijn. Toen we mijn overleden grootmoeder gingen begraven kwam er plots een vliegtuig over. Die schoten op alles wat bewoog en zo'n hele optocht zouden wel eens als vijandig kunnen worden aangezien. Dus iedereen sprong in de greppel en bleef stokstijf liggen. Ik zie de kist nog staan – eenzaam op die weg. Maar het vliegtuig vloog gewoon verder. We waren net op tijd.

Nellie: Alles was op de bon. Je moest uren in de rij staan om iets te krijgen. Soms stonden er nog maar drie mensen voor je en dan was het op. We hadden geen suiker en weinig zout. Maar omdat we het niet breed hadden waren we inventief. 's Avonds maakten we licht door een fiets op de kop te zetten en de pedalen te draaien. Of we deden olie in een jamblikje met een lont erin. Maar moeders was maar wat zuinig met de olie!
Wat het meest indruk op mij heeft gemaakt was de armoede. Ik herinner me nog dat vijf Amsterdamse jongens door hun ouders werden weggestuurd omdat er geen eten meer was. Ze waren vanuit Amsterdam helemaal hierheen gelopen en mochten in het kippenhok slapen. Ze zijn zes weken gebleven. Later kregen we een meloen als dankbetuiging. We aten het niet op, omdat we dit fruit niet kenden.
We verbouwden wel zelf onze groenten. Mensen die op hongertocht langs ons huis kwamen, mochten bij ons op het stro slapen en ze kregen een warme maaltijd. De volgende dag gingen ze dan verder, met oude kinderwagens of op gammele fietsen. Ze reisden tot over de IJssel om voedsel te halen, maar vaak werden ze opgewacht door


Duitsers die het hen weer afnamen. Onderling werd er ook gestolen, dus veel mensen kwamen met lege handen terug. Dat was schrijnend om te zien.

 

Op 18 april 1945 werden Harderwijk en Hierden bevrijd. Wat herinnert u zich nog van de bevrijding?

Nellie: In Harderwijk was het feest, maar het ging er hard aan toe voor de opgepakte Duitsers en NSB'ers. Ook voor de 'moffenmeiden', maar de rijke meisjes werden minder hardhandig aangepakt dan de arme. Die werden kaalgeschoren. Dat vond ik wel heel erg.

Joukje: In Hierden waren we de hele dag al aan het wachten op de Canadezen. Uiteindelijk kwamen de tanks binnen rijden en dit keer waren het de Duitsers die opgejaagd werden. Overal zag je ze rennen, ze probeerden nog om te vluchten. Sommigen stalen fietsen om weg te komen, anderen drongen woningen binnen om zich te verschuilen. Ik werd nog bijna aangereden door twee soldaten op een motor. Dat waren de laatste Duitsers die ik heb gezien.

Waaraan merkte u dat u vrij was?

Nellie: We konden weer zorgeloos over straat. Er kwam veel kleding uit Amerika. Daar moest je snel bij zijn, anders waren de betere stukken al vergeven. Ook werd er voedsel uitgedeeld. Voor het eerst in mijn leven at ik biscuits met nootjes en witte brood. Dat was toch wel zo lekker!

Joukje: Ik voelde wel een leegte. Alles wat ik kende was veranderd en ik moest opnieuw mijn draai vinden. Mensen die eerder over de vloer kwamen, zag je ineens niet meer. In de oorlog waren armen en rijken gelijk, maar nu werd er weer verschil gemaakt. De oorlog was voor ons voorbij, maar de armoede nog niet. Mensen sliepen nog steeds in kleine kamertjes, zelfs in kippenhokken. Ik was wel even gedesillusioneerd.

Nellie: Ik voelde helemaal geen leegte. Ik was vrij.

*Namen zijn gefingeerd.



Commentaar docent:

Wat een cadeau dat je deze twee dames gevonden hebt voor dit interview. En wat een interessante gesprekspartners. Ik vind het goed dat je duidelijk ook gekozen hebt voor een goede insteek, namelijk de verschillende ervaringen door het leeftijdsverschil. Hierdoor wordt het niet zomaar het zoveelste interview over hoe mensen WOII hebben beleefd. Dus ik ben erg enthousiast over hoe je deze opdracht hebt aangepakt en uitgewerkt.

Ook taalkundig zit het goed in elkaar, dus hulde! Ga je er meer mee doen dan het alleen als opdracht inleveren? Misschien kun je het naar het 4 en 5 mei comité sturen.


BETOOG

VISIE OP DE JOURNALISTIEK IN NEDERLAND

2 november 1948. De Verenigde Staten. Het is de avond voor de verkiezingen. De strijd om het presidentschap is in volle gang. Opiniepeilers zijn ervan overtuigd dat de gouverneur van New York Thomas E. Dewey het zal winnen van de huidige president Harry S. Truman.
De avond vordert en de spanning stijgt. Niet alleen voor beide kandidaten, maar ook voor eindverantwoordelijke van The Chicago Daily Tribune. Net voor de verkiezingen is de krant overgestapt op een andere printmethode. De printers die de machines voorheen bedienden waren in staking en de krant was hierdoor noodgedwongen te werken met een systeem dat vele uren meer in beslag neemt. De deadline voor de krant van de volgende dag is daardoor vanavond al.
Aan het einde van de avond zijn de stemmen nog niet allemaal geteld, maar er staat een artikel klaar. Het artikel is volledig gebaseerd op de bevindingen van politiek analist Arthur Sears Henning die stelt dat Truman verslagen zal worden. Hij is een vroegere correspondent en vier uit de vijf voorspellingen van hem in de afgelopen twintig jaar waren correct geweest. Het is volgens hem onvermijdelijk dat Dewey de overwinning binnenhaalt.
De deadline nadert. De uitslag is nog niet bekend, maar de kranten moeten gedrukt worden. De machines worden in gang gezet. Het artikel wordt opgenomen en de titel luidt 'DEWEY DEFEATS TRUMAN'.
De volgende dag gaat er een foto de hele wereld over. Op de foto houdt Harry S. Truman een krant omhoog met de titel 'DEWEY DEFEATS TRUMAN'. Er staat een brede glimlach op zijn gezicht. Tegen alle verwachtingen in werd hij de afgelopen nacht herkozen als president.

Een wereldberoemde misser in de geschiedenis van de krant. Door omstandigheden was er te weinig tijd om de feiten grondig na te gaan. En dat is wat er volgens mij vaak fout gaat in de journalistiek, ook in Nederland.

De journalistiek is lange tijd de enige bron van informatie geweest voor het grote publiek.
Dit was vóór het internet en vóór de mogelijkheid om zelf op onderzoek uit te gaan. Nog steeds wordt het nieuws aangenomen als waarheid en daarom is het van uiterst belang dat de feiten kloppen.
Van welke kant iets belicht wordt bepaalt voor een groot deel hoe de meerderheid van de bevolking over een zaak denkt. Zonder bewijs wordt de onschuldige van misdaad verdacht (soms zelfs belaagd) en zonder datzelfde bewijs wordt de dader op handen gedragen.

De mening van de lezer is dus sterk afhankelijk van de mening van de journalist. In 1992 beweerde de schrijver van het artikel 'The Proof' in de Daily Mail dat er concentratiekampen bestonden in Bosnië. Het artikel met een foto van uitgemergelde moslims achter prikkeldraad ging de hele wereld over. Vijf jaar later publiceerde de Duitse journalist Thomas Deichmann na grondig onderzoek een artikel waarin hij de beweringen onderuit haalde: het waren niet de moslims die achter het prikkeldraad stonden, maar de filmploeg zelf was afgeschermd met een hoog hek om de landbouwwerktuigen tegen diefstal te beschermen. Het schokkende nieuws dat over de wereld vijf jaar lang geloofd werd, bleek niet waar te zijn.

Zulke onwaarheden kunnen grote gevolgen hebben. En nu we leven in een copy/paste tijdperk, waarin we andermans artikel overnemen en in eigen woorden publiceren, is het zaak extra voorzichtig te zijn. Een verhaal kan door al die wijzigingen een eigen leven gaan leiden.
Daarnaast bestaat er een grote kans dat het origineel niet door feiten ondersteund is. Vaak is de journalist al tevreden met wat er op een persconferentie wordt beweerd en schrijft een artikel geheel gebaseerd op uitspraken. Men vergeet echter dat nooit het hele verhaal aan de pers verteld wordt; enkel wat in het belang is van de persoon die wordt vertegenwoordigd.
Het voorbeeld van I. F. Stone leert ons dat eigen onderzoek de moeite waard is. Hij bedankte voor persconferenties en deed het lange, moeizame speurwerk om tot de kern van de waarheid te komen. Niet alleen had hij originele artikelen, gebaseerd op feiten, hij kon door zijn kennis van zaken verschillende kanten belichten, wat de lezer ruimte gaf om een eigen mening te vormen.

Het nieuws dat verspreid wordt moet volledig en waar zijn. Er is maar één persoon nodig die net dat extra werk doet om alle feiten op een rijtje te krijgen en een op de waarheid gebaseerd artikel te schrijven. Die persoon is ondergetekende.


Commentaar docent:

Hulde voor de manier waarop je je visie hebt neergezet. Erg origineel, en je wekt met het verhaal over The Chicago Daily Tribune gelijk de interesse van de lezer.


COLUMN

IN HET SPOOR VAN EEN NIETSVERMOEDENDE AFRIKAANSE VROUW

Het is heet. Verdwaald lopen we langs een weg waar niemand woont. Vrachtwagens en motortaxi's zoeven langs ons heen. Het stof dat ze achterlaten irriteert mijn neus en treitert mijn keel. In het gras en tussen de planten wachten insecten ons op. Maar ik kijk niet om me heen. Mijn blik is strak gericht op de voeten voor mij. Zoals een kuikentje de moederkip achterna loopt volg ik de Afrikaanse vrouw die de weg wijst. Ik zet mijn voeten waar zij is geweest. Ik concentreer me op haar ritme en in mijn hoofd maak ik er een deuntje op. Bij elke pas omhoog negeer ik de pijn in mijn benen. Ik ken het eindpunt niet en weet niet hoelang we nog moeten lopen. Ik probeer er niet aan te denken, ik probeer nergens aan te denken. Alleen aan de printen in het rode zand voor me.

Maar in dit verlaten gebied, ergens in Afrika, ver van huis, onder deze op z'n zachts gezegd oncomfortabele omstandigheden merk ik dat ik geniet. Niet van de brandende zon of mijn vermoeide spieren, niet van de warme lucht die moeilijk in te ademen is of van het lawaai om me heen. Ik geniet van het feit dat ik kan vertrouwen.
Voor even hoef ik niet mijn eigen spoor te trekken of mijn stappen te kiezen. Eventjes hoef ik niet om me heen te kijken om mezelf te beschermen voor wat er op me af komt. Even hoef ik niet te beslissen welke kant ik opga of na te denken over waar ik uitkom. En heel even kan ik volgen, kan ik vertrouwen. De vrouw weet waar ze heen gaat en ze zal mij hier niet achterlaten. Het kabaal is niet gestopt en de auto's vliegen nog steeds om me heen, maar ik voel me veiliger dan ooit.

Bij onze bestemming aangekomen betrap ik mezelf erop dat ik had gehoopt dat er geen einde aan dit pad kwam, dat dit uur net iets langer zou duren dan alle anderen. Maar dan bedenk ik me waarvoor we hier zijn: om een meisje van negen jaar te laten zien dat ze geliefd en niet vergeten is. Ik kan direct doorgeven wat ik net heb ontvangen.
Terwijl het meiske in mijn armen vliegt concludeer ik dat ik de beste leerschool heb gevonden om een onbaatzuchtige, goede moeder te zijn: in het spoor van een nietsvermoedende Afrikaanse vrouw.


Commentaar docent:

Wat een mooie columns, vooral de tweede. Ik heb ze echt met plezier gelezen, en ze zitten taalkundig ook gewoon goed in elkaar.


OPINIESTUK

WANNEER LIEFDE NIET LIEF IS

 

Een warme knuffel om je te begroeten, lieve berichtjes op je Facebook-pagina, een onverwacht cadeautje van je vriend(innet)je. Het zijn van dat soort dingen die je spontaan opvrolijken en je laten voelen dat je geliefd bent, met hier en daar een vlindertje in de buik. Heerlijk. Maar liefde is niet altijd lief.

 

Een liefhebbende moeder

Ik moet denken aan dat filmpje dat vorig jaar over het internet ging. Een moeder had haar zoon bij demonstraties in Baltimore gezien en hem, op z'n zachts gezegd, met harde hand daar weggehaald. "Ik wilde echt niet dat hij een tweede Freddie Gray zou worden. Is hij perfect? Nee, dat niet, maar hij is wel mijn zoon", verklaarde ze later in een interview. Op de vraag hoe dat voor hem voelde, zei de jongen: "Ze deed het omdat ze om me geeft, ze wilde me beschermen." Veel mensen hebben het filmpje misschien met plaatsvervangende schaamte voor de jongen zitten kijken, omdat hij zo door zijn moeder werd vernederd, maar eigenlijk is deze jongen bevoorrecht ten opzichte van velen anderen, want hij weet zich geliefd.

 

Het was niet liefkozend en het was niet zachtaardig (en of het een pedagogisch verantwoorde aanpak was, is een andere discussie), maar het was uit liefde dat deze moeder haar zoon beschermde en hem persoonlijk kwam weghalen van een plek die niet goed voor hem was. Hij zal de schaamte vergeten, maar voor altijd weten dat zijn moeder van hem houdt.

 

Weet je geliefd

Echte liefde is kordaat en recht door zee. Echte liefde beschermt je en zal je altijd de waarheid zeggen met als doel je beter te maken dan je gisteren was.

Misschien dat je het wel herkent, dat iemand je iets vertelt wat je niet wilt horen, waarvan je eigenlijk wel weet dat het de waarheid is. Het voelt naar en geeft automatisch wrijving. Het is niet gek dat je eerste reactie is om in de verdediging te schieten. Want het betekent meestal dat je iets zal moeten veranderen, een andere weg in moet slaan of een andere manier van denken aan moet nemen. En het kan lang duren voordat je het omarmt.

De meesten in je omgeving zullen zich er ook niet aan wagen om het te benoemen, bang voor de weerstand die ze kunnen krijgen. Bang dat het niet gezellig meer zal zijn of dat je zelfs niet meer met ze wilt praten. Maar als je geluk hebt zit er één tussen die zegt: "Ook al kost dit me ons contact, ik geef er meer om dat het goed met je gaat en dat mag me best iets kosten".

Dus wanneer mensen je precies datgene zeggen wat je niet wilt horen, terwijl je diep in je hart voelt dat het de waarheid is, weet je dan geliefd. Duw deze mensen niet weg, maar koester ze. Want ze koesteren jou.


Commentaar docent:

Ik weet dat je geworsteld hebt met het opiniestuk, maar ik vind dat je het goed gedaan hebt uiteindelijk. Ik hoop dat je zelf ook tevreden bent. Het is echt ook een van de lastigste onderdelen, juist ook omdat er eigenlijk geen hele vaste regels zijn. Je hebt in ieder geval een mooi thema uitgezocht, en daar ook actualiteit aan gekoppeld. Dus goed gedaan.