Wandeling langs de historie van de Sint-Jansbeek

Lengte: 2,5 km

Duur: 1 tot 1,5 uur

Startpunt: Zijpendaalseweg 44, 6814 CL Arnhem

Eindpunt: Zijpendaalseweg 24a, 6814 CL Arnhem

 

Het is van harte aanbevolen om deze route in de zomermaanden op een zondagmiddag te bewandelen, vanwege de openingstijden van huis Zijpendaal, het Watermuseum en de Witte Watermolen.

 

De Sint-Jansbeek

Het begint allemaal bij de Sint-Jansbeek. Die stroomt vanuit de heuvels van Zijpendaal via Sonsbeek, door de binnenstad in een grote bocht naar de Rijn.

Al in 700 v.Chr. woonden er mensen aan deze beek. Sterker nog, de stad Arnhem is vanwege deze beek op deze plaats ontstaan, en mede door haar heeft Arnhem zich kunnen ontwikkelen.

In de 13e eeuw staan er 10 molens langs de beek, waarvan de oudste, de Gelderse Molen, op de plek stond van de huidige Grote Waterval in park Sonsbeek. De molens werden gebruikt voor de productie van papier en het vermalen van koren tot meel, maar ook voor olie en om kledij te wassen.

Bovendien was de beek de voornaamste watervoorziening en bood ze extra bescherming tegen invallen. De Sint-Jansbeek was de aorta van Arnhem.

Deze route volgt de Sint-Jansbeek tot onder aan de rand van Sonsbeek.

 

Onze wandeling begint bij het Huis Zijpendaal aan de Zijpendaalseweg 44.

 

Kasteel Zijpendaal

In 1760 is het huidige huis gebouwd door Hendrick Willem Brantsen, die het bijna twee eeuwen in de familie zou houden. Maar al daarvoor hebben het voormalige huis, de tuin en de gracht vele veranderingen doorstaan. Hier vindt u de gehele geschiedenis en ontwikkeling van Kasteel Zijpendaal. 

 

De eerste vermelding van het huis de Syp dateert uit 1642. De naam Zijpendaal stamt hiervan af. Syp komt van het woord sipen, sypelen of siepelen, dat betekent druppelen. Boven het huis ligt namelijk de spreng of sours van de Sint-Jansbeek, waar het water uit een natuurlijke bron sypelt.

Het huis wordt Kasteel Zijpendaal genoemd, maar het is eigenlijk geen kasteel. Het is na de Middeleeuwen pas gebouwd als buitenplaats en heeft nooit als verdedigingswerk hoeven dienen.

Tegenwoordig is het huis te bekijken, het interieur is met eigendommen van de familie Brantsen hersteld in originele glorie. Kasteel Zijpendaal is te bezichtigen onder leiding van een gids.

 

We lopen rechtsom naar de achterkant van het huis, waar je op de muur van de toren een gevelsteen kunt zien.

 

Voordat het huidige huis gebouwd werd stond hier al een huis en daarvoor nóg een huis. In 1650 lieten de eigenaren, Abraham Tulleken en zijn vrouw Gerardina Everwijn, hier hun eigen huis bouwen op de plek van het toenmalige huis de Syp. In het huidige Kasteel Zijpendaal is hun gevelsteen ingemetseld, met daarop de tekst Zypen Dal ANNO 1650 en de wapens van beide patriciersfamilies, Tulleken en Everwijn.

 

Hier wordt het goed voor het eerst Zypen dal genoemd. Tegenwoordig wordt Zijpendaal met een lange ij geschreven en daardoor ook zo uitgesproken. Maar de juiste uitspraak is Ziependaal. Nu hebben wij de ABN, maar vroeger spelde men woorden zoals ze het zelf het beste achtten, daarom is oud-Nederlands schrift soms zo lastig te lezen, iedereen schreef wat anders. De Griekse y in Syp en Zypendal is eeuwenlang als een ie uitgesproken. Op een gegeven moment schreef iemand twee puntjes op de Griekse y, waardoor het een lange ij werd. En zo werd dat overgenomen.

 

In de 19e eeuw heeft Kasteel Zijpendaal dat Brantsen in 1760 had gebouwd deze toren en een uitbouw gekregen. Het was een flinke verbouwing, want het voorheen kubusvormige huis kreeg ook een vestibule, een balustrade en balkons. Daar herinnert de steen met het jaartal 1883 aan de zijkant van de toren nog aan.

 

Onze reis vervolgt zich 150-200 meter verder naar boven tot aan het eind, of eigenlijk begin, van de Sint-Jansbeek.

 

Spreng Sint-Jansbeek. Bron: eigen foto
Spreng Sint-Jansbeek. Bron: eigen foto

 

Spreng

Door het hele gebied liggen natuurlijke bronnen. Dit kleine ronde poeltje is de grote bron van de Sint-Jansbeek. Dit is waar het water van onze beek ontspringt en na 3,5 km in de Rijn terecht komt.

 

Het is nauwelijks te zien dat hier water omhoog komt; de bovenstroom lijkt nagenoeg stil te liggen, maar de onderstroom is altijd in beweging. Op sommige plekken langs onze route is die snelstroom goed te zien. Dit komt mede door het hoogteverschil, vanaf deze heuvel stroomt de Sint-Jansbeek namelijk naar beneden door het dal.

Daarnaast is de beek mettertijd zo verlegd dat de stroom op gang blijft. Zo zijn er op sommige plekken valhoogtes gecreëerd, dammen gebouwd en wijers uitgegraven. De Sint-Jansbeek volgt daardoor niet helemaal dezelfde route als vroeger.

De waterstroom van de Sint-Jansbeek heeft in de middeleeuwen  tien molens draaiende moeten houden. Zeven van die molens stonden in het huidige Sonsbeek, de drie anderen in de binnenstad. Dit was het ‘industrieterrein’ van Arnhem, dus de beek was van levensbelang. Het is dan ook niet de Rijn geweest waardoor Arnhem hier is ontstaan, maar deze historische Sint-Jansbeek.

 

We lopen dezelfde weg terug.

 

Bij de kruising met het parkpaadje blijven we op het grindpad, dat tussen de rododendrons door loopt. Direct daarna staat aan de linkerkant het Gouverneurshuisje. Hier wonen mensen, dus gelieve rekening te houden met hun privacy.

Het Gouverneurshuisje

Het Gouverneurshuisje werd waarschijnlijk in 1863 gebouwd als speelhuisje voor de kinderen van de familie Brantsen, die generatieslang in huis Zijpendaal woonde. Aan de zuidkant staan de namen van de kinderen in de gevel; Helene, Willem ,Theodore, Carel, Agathe en Edward. Later kregen zij hier les van de gouverneur. Aan de noordkant hangt nog steeds de schoolbel. Tussen 1880-85 werd het huisje uitgebreid met onder andere de toren in het midden.

Na het overlijden van de laatste Brantsen, mevrouw Brantsen-Bohlen, werd het huisje sinds 1936 bewoond door J.B. Onnekink met zijn gezin. Onnekink was rechercheur, die gevraagd werd om tegelijkertijd toezicht op Zijpendaal te houden.

Tijdens de oorlog werkte J.B. Onnekink voor het verzet, maar hij moest plots onderduiken. Zijn vrouw en vier kinderen werden opgepakt en naar kamp Vught gebracht. Gelukkig hebben allen de oorlog overleefd en vonden zij elkaar weer. Bij thuiskomst was het Gouverneurshuisje na bewoning van officieren van de Wehrmacht en later de Canadezen, aan een grondige reparatie toe.

Tegenwoordig woont er een kleinzoon van J.B. Onnekink in het Gouverneurshuisje.

 

We lopen aan de rechterkant van de spiegelvijvers tussen de beukenbomen verder.

 

Eeuwenoude beuken

De oudste beuken in park Zijpendaal zijn 100 jaar. In park Sonsbeek zijn de beuken eerder geplant. Deze zijn nu ongeveer 260 jaar oud en al erg uitgehold vanbinnen. Omdat beuken 300 jaar kunnen worden, zijn ze zich nu aan het voorbereiden op de wisseling van de wacht. Ze zorgen zelf voor nieuwe beukjes. In de komende veertig jaar zullen de oude beuken verdwijnen.

 

Wijers

De spiegelvijvers zijn voorbeelden van de uitgegraven wijers en dienden als stuwmeren om de waterstroom voor de molens langs de beek op gang te houden. Op de kaart uit 1750 bovenaan deze pagina kunt u deze uiteenlopende wijers op verschillende plaatsen in de beek zien.

 

We steken door het midden van de spiegelvijvers over.

 

Hier valt het hoogteverschil tussen de vijver links en de vijver rechts goed op. Het water van de Sint-Jansbeek loopt hier onder je door.

We lopen aan de linkerkant van de tweede spiegelvijver stroomafwaarts richting Sonsbeek.

 

Sonsbeek

Het landgoed dat wij nu kennen als Park Sonsbeek was eeuwenlang een bebost beekdal van de Sint-Jansbeek. 250 jaar geleden bestond ze uit landerijen van verschillende eigenaren, waaronder hertog Arnoud van Egmond, hertog Karel, Keizer Karel V en Phillps II. Doordat meer en meer landerijen werden opgekocht en samengevoegd, breidde het landgoed zich steeds verder uit. Klik hier voor de gehele geschiedenis en het ontstaan van Park Sonsbeek.

Met name Baron de Smeth (vanaf 1806) en Baron van Heeckeren (vanaf 1821) legden de basis voor de Engelse landschapstijl, dat met het natuurlijke verloop mee glooit. Tot dan toe was het landgoed Sonsbeek ommuurt, waardoor alleen de elite van het moois kon genieten. Toen het in 1899 in handen kwam van de gemeente Arnhem maakte zij er een park van en stelde het open voor publiek.

 

Bij de Parkweg aangekomen zit er aan de overkant iets naar links in de bocht de ingang van Park Sonsbeek. Let er bij het oversteken op dat auto’s en fietsers van twee kanten komen.

 

Wanneer je Park Sonsbeek in loopt duikt er voor je de Grote Vijver op.

 

De vijver wordt door drie natuurlijke bronnen gevoed. Als het goed is zie je water over het voetpad lopen, dit is afkomstig uit de grond. In de zomermaanden blijft het gewas in dit gedeelte ook volop in bloei door deze natuurlijke bron.

 

Grote Vijver

Dit gebied bestond in de 18e eeuw uit verschillende wijers met de Sint-Jansbeek ertussen. Op de kaart uit 1750 bovenaan deze pagina is dit goed te zien. Maar eeuwen daarvoor lag hier al een klein eiland met grachten eromheen. Hierop stond het Gulden Spijcker, maar daarover later meer.

 

In 1806 is de huidige Grote Vijver door Baron de Smeth uitgegraven. Op de volgende afbeelding is goed te zien waar de Grote Vijver werd gegraven ten opzichte van een kaart uit 1753. De stippellijn geeft de toestand in 1913 aan, daarna is er niet veel veranderd.

 

De Grote Vijver. Bron: Gelders Archief
De Grote Vijver. Bron: Gelders Archief

 

Je kunt helemaal om de Grote Vijver heen lopen en daar gaan verschillende paadjes het bosgebied in. Onze reis langs de Sint-Jansbeek gaat rechts van de vijver verder.

 

We komen langs een kleine waterval. Het water uit de spiegelvijvers van Zijpendaal loopt onder de Parkweg door en stroomt via deze waterloop de Grote Vijver in. Hier kun je zien hoe snel het water al stroomt. Naast deze waterstroom stond de Molen van Naberman.

 

Molen van Naberman

De Parkweg was voorheen een dam uit 1663. Het water boven de dam hoorde bij Zijpendaal en was van Josias Harn, die de dam had laten bouwen. Het water onder de dam was in beheer van Jan Tymensen. Hij liet op deze plaats in 1692 een papiermolen bouwen, toen de papierindustrie op gang kwam.

 

Met het heldere water maakten de molenaars witpapier. Het stromende water vanaf het bovenliggende Zijpendaal liet een wentelas draaien, waardoor er hamers in een kuip op en nee kwamen. In die kuip lagen lompen die zo door de hamers tot heelstof vervaardigd werden. De gevormde vellen papier werden in de zolder van de molen te drogen gehangen. In de hangzolder zaten luiken om lucht binnen te laten, waardoor de vellen beter droogden.

De Molen van Naberman is genoemd naar de laatste molenaar, Gerrit Naberman. In 1776 is hij door de toenmalige eigenaar Brantsen afgebroken, toen burgemeester Pronck dit deel van Sonsbeek opkocht en de molen niet wilde hebben. 

Onze reis gaat verder langs hetzelfde pad.

 

Middenin de Grote Vijver ligt een eiland, de basis voor het Gulden Spijcker.

 

 

Oudste kaart van Arnhem uit 1560 door Jacob van Deventer. Bron: Gelders Archief
Oudste kaart van Arnhem uit 1560 door Jacob van Deventer. Bron: Gelders Archief

 

Het Gulden Spijcker

Spijcker komt van het Latijnse woord spica, dat betekent voorraadschuur. Spijckers zijn een soort van kleine landhuizen of buitenverblijven.

In 1430 werd het Gulden Spijcker op het eiland als buitenhuis gebouwd door Hertog Arnoud van Egmond, hertog van Gelre. Hertog Karel van Gelre maakte er in 1524 echt een kasteel van, een jachtslot voor bij zijn Wiltbaen, vanwaar hij zijn Gelderse zaken afhandelde; hij eindigde vele oorkonden met: ‘gegeven op onsen Gulden Spyker’. Na hertog Karel zijn onder andere Keizer Karel V en Filip II eigenaar geweest.

Het Gulden Spijcker is vóór 1779 om onbekende reden afgebroken. In 1915 zijn er op het eiland resten gevonden van de muur.

 

Bij de splitsing vervolgt onze weg zich via het linkerpad langs de Grote Vijver.

 

Net voorbij de vijver aan de linkerkant is een rotsenpartij te zien. Dit is de Grote Waterval en tevens de locatie van de voormalige Gelderse Molen.

 

Grote Waterval - Gelderse Watermolen

Baron van Heeckeren, die in de 19e eeuw Sonsbeek in handen had, gaf veel uit aan de verfraaiing van het landgoed. Naar aanleiding van een reis naar Zwitserland, waar hij onder de indruk raakte van de watervallen, wilde hij zijn eigen waterval op het landgoed creëren. De bouw kostte omgerekend 3 miljoen euro, de rotsen moesten namelijk handmatig worden opgegraven op het Kootwijkerzand. De minstens vijfhonderd jaar oude Gelderse Watermolen moest in 1823 ruimte maken voor deze Grote Waterval.

 

De Gelderse Watermolen was genoemd naar Hertog Karel, die de molen in 1538 kocht. Toentertijd en al eeuwen daarvoor werd de molen gebruikt om door middel van zware, dreunende heien olie uit zaad te persen.

In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) raakte de molen zodanig beschadigd dat hij buiten bedrijf kwam te staan. Eind 17e eeuw vatten leden van het Schoenmakersgilde het plan om de molen te laten herstellen, zodat er van eikenschors run kon worden gemaald. Deze run hadden zij hard nodig bij het leerlooien.

Sindsdien zijn er vele eigenaren van de Gelderse Watermolen geweest, voordat het in 1821 in handen kwam van Baron van Heeckeren, die er deze waterval overheen bouwde. 

 

De waterval oversteken kan op twee manieren; bovenlangs en onder het water door.

 

Aan de andere kant volgen we het pad iets omhoog en komt het weer bij de Grote Vijver uit. Aan de overkant is Brasserie de Boerderij te zien.

 

De Boerderij

Het is niet duidelijk wanneer de Boerderij gebouwd is. Een van de vermeldingen van een boerderij op deze plek dateert uit 1774, wanneer burgemeester Pronck de Wiltbaen opkoopt. De Wiltbaen was het gebied rondom de Boerderij, dat vanaf het Gulden Spijcker tot voorbij Alteveer reikte, en als jachtgebied was afgezet door Hertog Karel in 1524. In eerste instantie werd het afgerasterd met plaggen, in de 18e eeuw werden hierop stenen palen geplaatst, waarvan er nog een overeind staat boven de Parkweg, vlakbij de Boerderij.

In de koopakte van burgemeester Pronck wordt de boerderij Bouwhof genoemd. De oudste kaart van Arnhem, door Van Deventer uit 1560, laat ook al een gebouw zien op dezelfde locatie. En in een zaak over de gulden Spijcker uit 1569 wordt dit gebouw ook den bouhoff, gelegen in de Wiltbane genoemd. De getuige had met haar ouders in dit huis gewoond, ten tijde van Hertog Karel. Dus de kans is groot dat het huis gebouwd is toen Hertog Karel de Wiltbaen afzette. Een kaart uit 1750 noemt dit gebouw Boerderij Het Melkhuys. Sinds 1932 doet het niet meer dienst als boerderij en is het omgebouwd tot horecagelegenheid.

 

De loop van de Sint-Jansbeek in 1750. Bron: Kaartenverzameling gemeente Arnhem, inv. nr. 965

 

We vervolgen onze weg en slaan bij de kruising rechtsaf.

 

Bij de volgende splitsing loopt ons pad rechts, langs het water, en via het witte bruggetje over de Sint-Jansbeek. Links is de Kleine Waterval te horen en te zien. Rechts is de Grote Waterval weer zichtbaar.

 

Kleine Waterval

Toen Baron de Smeth in 1806 dit deel van Sonsbeek in handen kreeg begon hij met de aanleg van de Engelse landschapstijl. In die trant is de Kleine Waterval gebouwd. Waarschijnlijk is dit de oudste waterval op Sonsbeek.

 

We blijven het verharde pad volgen en slaan voor de Zijpendaalseweg linksaf. Als je tussen de bomen uit bent zie je het witte bruggetje, de Zwanenbrug. Hier stond de Sonsbekermolen.

 

Sonsbekermolen

In de 17e eeuw was Anna van Sonsbeeck eigenares van de molen. Haar vader kwam uit het stadje Sonsbeck over de Duitse grens. Ze erfde de molen begin 17e eeuw van haar stiefvader Ludowick Bruijnincks en deze werd sindsdien Bruijnincks- Sonsbeeck korenmeule genoemd. Ook had zij het eerste huis Sonsbeeck in bezit.

Hoogstwaarschijnlijk is dit waarom het gebied Sonsbeek heet. Andere theorieën zijn dat de naam van de woorden somp en beek afstamt (sompen zijn de moerassige vijvers in het dal) of dat het een verbastering is van Sint-Jansbeek; in de volksmond zou Sonte Johannesbeek als Sontsbeek worden uitgesproken.

De Bruijnincks- Sonsbeeck korenmeule is nu beter bekend als de Sonsbekermolen en werd in 1823 gesloopt.

 

Aan de andere kant van de Zwanenbrug loopt het water weer uit in een wijer, met een fontein in het midden. Dit is de Fonteinvijver. Deze fontein is op oude tekeningen ook al te zien.

 

We houden het water links van ons. Na de fontein staat het volgende bruggetje. De grond is hier verhoogd.

 

Toen Baron van Heeckeren in 1821 eigenaar werd van het Landgoed Sonsbeek wierp hij dit dijkje op, zodat wanneer hij zijn hoogstaande gasten zijn landgoed liet zien, ze niet steeds de heuvels over hoefden met de paardenkoets.

In zijn tijd waren er rechts aan de overkant van de weg nog geen rijen huizen. Toen de hoge kosten van het landgoed hem in financiële problemen bracht, moest hij noodgedwongen delen van Sonsbeek verkopen. Daarop zijn nu drie Arnhemse wijken gebouwd.

 

Tekening uit 1825. Bron: Gelders Topografisch-historische Atlas Gelderland, 3066

 

Deze afbeelding laat mooi zien hoe zijn uitzicht indertijd was, met de fontein in het midden. Het schilderij is gemaakt vanaf de heuvel van de Witte Villa, die je vanaf de plek waar je nu staat ook kunt zien, bovenop de heuvel.

 

De Witte Villa

In 1742 kocht Adriana van Bayen het landgoed Hartgersberg, genoemd naar mr. Hartger die het in 1521 bezat. Ze was eenentwintig jaar toen ze in 1744 voor 12.000 gulden een nieuw huis op de berg liet bouwen. Het huis Hartgersberg vormt de fundering van wat nu de Witte Villa is, maar werd indertijd het ‘huisje op de berg’ genoemd. Het was ook nog niet zo groot als het huidige huis. In 1797 wordt het ‘huisje op de berg’ te koop aangeboden in de Opregte Haarlemse Courant:

 

‘Uit de hand te koop:

De aller aangenaamste Buiten-Plaats, HARTJESBERG, gelegen aan de Schependom van een zeer naby de stad Arnhem, op de hoogt stadswarts aan het thans verkogt wordende Goed SONSBEEK, bestaande in een nieuw getimmerd en zeer logeabel Huis, voorzien van tien, in den nieuwsten smaak behangen, zo boven-als-beneden-kamers, waaronder een extra groote zaal, alle hebbende de overheerlykste uitzichten op de Stad, de geheelde Betuwe, Elten, Cleef en Cleefsland.’

 

De advertentie raakte doel, want datzelfde jaar kwam het landgoed Hartgersberg in handen van Daniël Ruysch. Waarna het landgoed in 1808 gekocht werd door Baron De Smeth, die de Hartgersberg samenvoegde met het toenmalige Sonsbeek, wat toen rond de Grote Vijver lag. Sindsdien betrok hij het huis op de heuvel en noemde het huis Sonsbeek.

 

We volgen het grindpad tot het volgende bruggetje en steken de Sint-Jansbeek over. Aan de rechterkant staat een replica van de St. Agnieten-Begijnenwatermolen.

 

St. Agnieten-Begijnenwatermolen

Aan de Beekstraat stond rond 1404 het Agnietenconvent, bewoond door nonnen van de Augustijenorde. Zij hadden de St. Agnieten-Begijnenwatermolen in leen van Doorweerth. Het is een korenwatermolen die door de nonnen zelf werd bediend. Tijdens de Reformatie in de 16e eeuw, waarbij katholieken werden verboden mis te houden, moesten ze alle inkomsten uit de molen overdragen.

Vanaf 1899 kwam Sonsbeek in handen van de gemeente Arnhem en zo ook de St. Agnieten- Begijnenwatermolen. Een aantal jaar geleden werd de oude molen gerepliceerd en tegenwoordig zit hier het Watermuseum. De ingang van het Watermuseum is aan de andere kant van waar je nu staat. Klik hier voor de openingstijden.

Voor onze tour lopen we het bruggetje over en gaan dan linksaf tot aan de Witte Watermolen.

 

Witte Watermolen

De Witte Watermolen is een van de oudste monumenten van Arnhem en de enige nog werkende molen langs de Sint-Jansbeek.

In 1281 stond hier een andere molen, de Jammerloes molen, maar deze werd rond 1460 gesloopt door de eigenaar, de Benedictijnerabdij St. Salvator te Prüm in de Eifel, en er werd op dezelfde plek een nieuwe gebouwd. In de 17e eeuw was deze ook bekend als de moelen op den Bloemenbleijck. Dit omdat de molen tussen de weilanden en bleekgronden lag, waarop men de was te drogen legde.

 

De ‘Bloemenbleekmolen’ was een korenmolen. Na de Tweede Wereldoorlog werd er echter geen koren meer gemalen, totdat de molen in 1965-66 werd gerestaureerd en er door vrijwilligers weer graan wordt gemalen. Naast de Witte Watermolen staat de voormalige molenschuur, die nu het Bezoekerscentrum Sonsbeek huisvest. De molen is een aantal dagen per week te bezichtigen.

 

Met het bezoekerscentrum achter je is het verloop van de Sint-Jansbeek goed te zien. Aan deze oevers stond vanaf de 13e eeuw nog een korenmolen.

 

Pruemermolen

De eerstgenoemde eigenares van de Pruemermolen in 1291 was de zus van Reinoud I van Gelre en Zutphen, jonkvrouw Maria.

Enige tijd later was de Benedictijnerabdij St. Salvator te Prüm in de Eifel ook eigenaar van deze molen. Sindsdien heette het de Pruemermolen. Tijdens de Reformatie in de 16e eeuw, moest de abdij net als de nonnen van de St. Agnieten-Begijnenwatermolen alle inkomsten uit de Pruemermolen overdragen. Vanaf 1650 is het nog een pelmolen geweest. In 1900 werd de Pruemermolen gesloopt, vanwege de aanleg van de brug met waterval, iets verder stroomafwaarts vanaf hier.

 

Nog iets verder dan de Pruemermolen stond de St. Janswatermolen, waar de Sint-Jansbeek onder de Sonsbeeksingel door loopt.

 

 

De Pruemermolen en Sint-Jansmolen. Bron: kaart van J. Blaue uit 1649
De Pruemermolen en Sint-Jansmolen. Bron: kaart van J. Blaue uit 1649

St. Janswatermolen

De watermolen stond eerst dichter bij de stad, ter plaatse van de huidige spoordijk waar de beek de Jansbuitensingel kruist, iets stroomafwaarts vanaf hier.

 

De St. Janswatermolen was van origine een korenwatermolen, die al in 1281 vermeld wordt. In 1304 werd hij geschonken aan de Commanderij van Sint Jan en dankt daar zijn naam aan.

Rond 1709 werd zijn functie gewijzigd in papiermolen. Dit zou geen witte papiervervaardiger zijn geweest; het water van de Sint-Jansbeek was op dit punt al door zes verschillende molens gevoerd en sterk vervuild. Daarom werd deze molen vermoedelijk voor gekleurd papier gebruikt.

In 1728 heeft men de stad versterkt door vestingwerken. De molen stond precies op het punt waar een verdedigingsmuur kwam te staan. De molen is toen afgebroken en verder stroomopwaarts aan de Sint-Jansbeek weer opgebouwd.

 

  Kaart van landmeter Hermanus van den Anker. Bron: Oud archief Arnhem, 3419

 

De nieuw verzette papiermeulen werd na de verplaatsing gebruikt voor het malen van run voor de leerlooi en koren. Na vijfeneenhalve eeuw trouwe dienst is de St. Janswatermolen rond 1822 afgebrand en is daarna niet meer opgebouwd.

 

Ruzie om de Sint-Jansbeek

Zoals misschien al is opgevallen dienden veel van de watermolens als korenmolens. In 1694 verenigden deze molenaars zich met de bakkers uit de stad tegen de bovenste watermolen, de Molen van Naberman. Deze zou te weinig water stroomafwaarts sturen, waardoor de molens in het dal niet genoeg waterkracht overhielden. Omdat de broodproductie in gevaar liep, hebben zij het molenhoofd van de Nabermanmolen vernield. De ruzie werd in 1696 bijgelegd. Dit laat temeer zien dat hoezeer de Sint-Jansbeek de aorta van de stad was.

 

De Sint-Jansbeek stroomt vanaf hier onder de spoorweg door verder de binnenstad in, waar ze in 2017 deels boven de grond is gelegd.

Eeuwenlang is de Sint-Jansbeek de krachtbron van Arnhem geweest. Bij de opkomst van de stoommachine in de 18e eeuw veranderde dat, men had een snellere manier om machinerie draaiende te houden. Na eeuwenlange trouwe dienst mocht de beek met pensioen. Ze werd de basis voor de Engelse landschapstijl die Sonsbeek en Zijpendaal sieren. Toen deze landgoederen in de 20e eeuw hun muren verloren en omgevormd werden tot park, werd dit deel van de Sint-Jansbeek opgesteld voor publiek. Zodat wij samen van haar pensioen kunnen genieten.

 

Ook wij zijn aangekomen bij het einde van onze reis. Ik hoop dat je genoten hebt van deze Wandeling langs de historie van de Sint-Jansbeek.

 

Als je de Zijpendaalseweg omhoog volgt, bij de Parkweg rechtsaf slaat en direct links het park Zijpendaal ingaat, kom je weer uit bij ons beginpunt Kasteel Zijpendaal.