Sonsbeek 1822-1875. Bron: Gelders Topografisch-Historische Atlas Gelderland, 3037
Sonsbeek 1822-1875. Bron: Gelders Topografisch-Historische Atlas Gelderland, 3037

Hoe is park Sonsbeek ontstaan?

De plek die wij nu kennen als Park Sonsbeek was eeuwenlang een bebost beekdal van de Sint-Jansbeek. Al in 700 v.Chr. woonden er mensen aan deze beek, die stroomt vanuit de heuvels van Zijpendaal via Sonsbeek, door de binnenstad in een bocht naar de Rijn. Sterker nog, de stad Arnhem is vanwege deze beek op deze plaats ontstaan, en mede door haar heeft Arnhem zich kunnen ontwikkelen.

In de 13e eeuw staan er zeven molens langs de beek, waarvan de oudste, de Gelderse Molen, op de plek stond van de huidige Grote Waterval in het park. De molens werden gebruikt voor de productie van papier en het vermalen van graan tot meel, maar ook voor olie en om kledij te wassen.

Bovendien was de beek de voornaamste watervoorziening en bood ze extra bescherming tegen invallen. De Sint-Jansbeek was de aorta van Arnhem.

Voor meer over de Sint-Jansbeek, kunt u de Wandeling langs de historie van de Sint-Jansbeek volgen.

 

Sonsbeeck

Het tegenwoordige Park Sonsbeek bestond 250 jaar geleden uit verschillende landerijen. De oudste hiervan zijn de Wiltbaen (waar nu Brasserie de Boerderij staat), Heimenscamp, de Gulden Bodem en het Gulden Spijker.1 Het huis Gulden Spijker is in 1431 op het huidige eiland in de Sint-Jansbeek (nu de Grote Vijver) gebouwd door Arnoud van Egmond, hertog van Gelre.2 Hiervan zijn in 1915 muurresten gevonden. Onder meer zijn Karel V en Phillips II eigenaar geweest van De Gulden Spijker.

 

Henrick die Groeff (Erfvoogd van Erckelendts, Landrentmeester Gelderland, Hofmeester van Hertog Karel van Egmond) zou de landerijen Groenenstein, de Wiltbaen, de watermolen van Floris van der Erwe, het erf van wijlen Evert die Moeler en meer bebouwde en woeste grond, niet allemaal even rechtmatig, hebben verworven.3

Hertog Karel, de opvolger van Arnoud van Egmond, koopt deze bezittingen van Henrick de Groeff in 1574 en voegt deze aan zijn erfgoed het Gulden Spijker toe. 

 


Hertog Karel koopt bezittingen op. Bron: Kronijk van Arnhem, 86,87

 

Hij paalt de Wiltbaen af voor de jacht, het gebied rondom de huidige Brasserie de Boerderij, dat later ook onder Sonsbeeck wordt geschaard. 4

 

Vanaf 1775 kwamen al deze landerijen in handen van Gerhard Pronck, burgemeester van Arnhem. In de jaren daarna plant hij vele bomen: 'Een nieuw aangelegd bosch (...) in een beste smaak aangelegd tot wandelingen, bepoot met beste vreemde en Inlandsche boomen, heisters en Akkermaalshout (...) en parthijen in den Engelschen smaak...'5

 

Ook breidt hij zijn bezittingen uit met onder meer de Bruijnincks- of Sonsbeeck korenmeule, later een papiermolen de Sonsbekermolen genoemd, ter hoogte van de huidige Zwanenbrug.6 De molen is bijna 200 jaar geleden afgebroken, maar ze staat hoogstwaarschijnlijk aan de basis van de naam van het park.

In de 17e eeuw was Anna van Sonsbeeck eigenares van de molen.7 Haar vader kwam uit het stadje Sonsbeck over de Duitse grens. Ze erfde de molen begin 17e eeuw van haar stiefvader Ludowick Bruijnincks en deze werd sindsdien Bruijnincks- Sonsbeeck korenmeule genoemd. Ook had zij het eerste huis Sonsbeeck in bezit.

Hoogstwaarschijnlijk is dit waarom het gebied Sonsbeek heet. Andere theorieën zijn dat de naam van de woorden somp en beek afstamt (sompen zijn de moerassige vijvers in het dal) of dat het een verbastering is van Sint-Jansbeek; in de volksmond zou Sonte Johannesbeek als Sontsbeek worden uitgesproken. Enfin, het landgoed draagt de naam Sonsbeeck.

 

Pronck verkoopt zijn verworven buitengoed Sonsbeek in 1798 aan Elisabeth Geertruij Scheltus, echtgenote van Sebastiaan Cornelis Nederburgh, advocaat en commissaris-generaal van de Verenigde Oostindiche Compagnie8.

 

Ook zij breidden hun bezittingen uit met een paar toegevoegde percelen, voordat het landgoed overgaat naar Theodore Baron de Smeth in 1806.9 In 1808 koopt de Baron ook het landgoed Hartgersberg en maakt deze samen met Sonsbeeck tot een geheel.10

 

 

Het Huis Hartgersberg. Bron: Gelders Archief

 

Hartgersberg

Het landgoed Hartgersberg dankte zijn naam aan meneer Hartger, de eigenaar in 1521.11 

Begin 18e eeuw nemen vele oud-Indiëganger hun betrekking op de prachtige heuvels rondom Arnhem. Een van hen is Adriana van Bayen (1723-1755) uit Batavia. Ze neemt in 1742 het landgoed van Hendrina Jansen over.12 Ze is 21 jaar als zij in 1744 een nieuw huis op de berg laat bouwen, met een voor die tijd hoog kostenplaatje van 12.000 gulden. Het huis Hartgersberg vormt de fundering van wat nu de Witte Villa is, maar werd indertijd het ‘huisje op de berg’ genoemd.

Adriana's schoonzoon, Gerhard Belaarts van Wieldrecht, verkoopt het landgoed in 1790 aan Jan Frederik Diemer,13 die ook de Appelenboom en de Tonnenberg opkoopt.

 

In 1797 wordt het ‘huisje op de berg’ te koop aangeboden in de Opregte Haarlemse Courant:

Uit de hand te koop:

De aller aangenaamste Buiten-Plaats, HARTJESBERG, gelegen aan de Schependom van een zeer naby de stad Arnhem, op de hoogt stadswarts aan het thans verkogt wordende Goed SONSBEEK, bestaande in een nieuw getimmerd en zeer logeabel Huis, voorzien van tien, in den nieuwsten smaak behangen, zo boven-als-beneden-kamers, waaronder een extra groote zaal, alle hebbende de overheerlykste uitzichten op de Stad, de geheelde Betuwe, Elten, Cleef en Cleefsland.’14

 

De advertentie raakt doel, want dat jaar komt het landgoed Hartgersberg in handen van Daniël Ruysch.15 Aanvullend koopt hij de Brey en een stuk van de Bloemenbleijk. Waarna het landgoed in 1808 gekocht wordt door De Smeth.16

 

Sonsbeeck één geheel

Theodorus Baron de Smeth, stiefoom van koning Willem II, brengt Sonsbeek en Hartgersberg samen en noemt het geheel landgoed Sonsbeek. Het middelpunt is het huis Hartgersberg, dat vanaf nu huis Sonsbeek gaat heten.

Hij investeert veel geld in het aanbrengen van de Engelse landschapstijl die in die tijd opkomende was, hij plant uitheemse bomen en bestraat de zandweggetjes. Hij brengt ook de Bloembleikmolen of de Witte Watermolen onder.17

 

Hij geniet met name van een koud, wit wijntje als hij in zijn tuin zit. Hij maakt veel gebruik van zijn ijskelder, zodat hij altijd gekoelde etenswaren en dranken heeft. Deze ijskelder is pas in 1999 opgegraven, om zijn historische waarde is hij gerestaureerd en ’s zomers elke zondag te bezichtigen.

 

Op een goede dag in 1821 komt het echtpaar Van Heeckeren bij De Smeth dineren. De veteraan Hendrik Jacob Carel Jan, Baron van Heeckeren van Enghuizen en Beurse is zo onder de indruk van het landgoed en het uitzicht dat hij aanbiedt om het te kopen. Enige tijd later is hij de trotse eigenaar van Landgoed Sonsbeek.18

 

Van Heeckeren breidt het landgoed uit tot de huidige omvang door het toevoegen van het Sint-Martenskerkhoff, de Waterberg en de Kluis. Hij borduurt voort op het Engelse landschap waarmee de Smeth is begonnen. Ook werpt hij het dijkje bij het huidige Watermuseum op, zodat hij met zijn koets niet steeds de heuvels over hoefde.

 

Ook bouwt hij de Belvédère op de hoge Ruyterenberg.19 Vanaf de hoge toren kon hij zijn tuinlieden goed in de gaten houden. Later, toen de bomen boven de toren uit groeiden is er nog vijf meter omhoog gebouwd. Echter, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij te klein bevonden en was daardoor niet interessant genoeg om neer te halen. Daarom kunt u nu nog elke zondag genieten van het uitzicht vanaf de Belvédère.

 

De Belvédère van Baron van Heeckeren. Bron: eigen foto
De Belvédère van Baron van Heeckeren. Bron: eigen foto

 

Naar aanleiding van een reis naar Zwitserland, waar hij onder de indruk raakt van de watervallen, wil hij zijn eigen waterval op het landgoed creëren. De minstens vijfhonderd jaar oude Gelderse Molen moest in 1823 ruimte maken voor deze Grote Waterval. De bouw kostte omgerekend 3 miljoen euro, de rotsen moesten namelijk handmatig worden opgegraven op het Kootwijkerzand.

 

Maar de hoge kosten van het landgoed brachten Baron van Heeckeren in de problemen en hij moest noodgedwongen stukken van Sonsbeek verkopen, nu bevinden zich daar drie Arnhemse wijken. Hij laat het landgoed uiteindelijk in 1884 na aan zijn neef.

 

Ook de familie kan het niet meer betalen en verkoopt het in 1898 aan de "Maatschappij tot Exploitatie van het Landgoed Sonsbeek". Een jaar later koopt de gemeente Arnhem het landgoed Sonsbeek op voor 1 miljoen gulden, de helft van de jaarlijkse gemeentebegroting.20 De grenzen van het landgoed bestaan dan uit: Schelmseweg, Oude Deelenseweg, Deelenseweg, Galgenberg, Weg langs de Begraafplaatsen, Apeldoornseweg, Waterbergseweg, Hommelseweg, Sonsbeeksingel, Zijpendaalseweg, Sonsbeekweg, en Apeldoornseweg.

 

Tot nu was het landgoed ommuurd en afgesloten voor stadsbewoners. De gemeente Arnhem verbouwt het landgoed tot een park voor het grote publiek. Het is nu vrij toegankelijk.

De Wandeling langs de historie van de Sint-Jansbeek loopt hier doorheen.

 

1 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek

2 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek

  Gerard van Hasselt 1790, Kronijk van Arnhem, 11

3 Gerard van Hasselt 1790, Kronijk van Arnhem, 86,87

4 Nijhoff 1828, Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, 94,95

5 J.M. de Man, 1809

6 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 32

7 Rechterlijk Archief Arnhem, inv. nr. 464

8 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 51

9 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 75

10 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 80

11 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 63

12 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 59

13 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 64

14 Opregte Haarlemse Courant, 1797

15 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 70

16 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 80

17 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 83

18 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 90

19 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek

20 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 206