STORYTELLING BIJ KASTEEL NIJENBEEK | Chayah Godschalk-Visser

Barensnood

barensnood kasteel nijenbeek zwanger
Barensnood door Chayah Godschalk Visser

Het was in 1364 dat ik zwanger raakte. Nu ben ik een gammele ruïne, maar in die tijd was ik een sterke donjon van nog geen eeuw oud. Ik stond nog fier overeind met mijn 20 meter en een taille van 12 bij 13 (daar is in de loop der jaren wel wat bijgebouwd). Met mijn voet in de Voorsterbeek had ik een prachtig uitzicht op de IJssel. Het was dan ook mijn taak om te verdedigen, maar afgezien van een paar overstromingen had ik nog niet veel meegemaakt. Toch vond ik mezelf klaar voor het moederschap. Ik dacht dat die moederlijke wijsheid gaandeweg wel zou komen. Maar eigenlijk wacht ik daar nog steeds een beetje op.

 

Onaangekondigd werd hij door mijn poort naar binnen in mijn kelders gebracht. Een kwetsbaar gevoel. Dit was mijn onderbuik, míjn buik. Ik had hier niet mee ingestemd. Maar toen hij daar eenmaal was en zijn warmte door mijn muren omhoog reisde, wist ik dat ik van hem zou houden. Ik zou hem warm houden als een steenoven en hem beschermen als mijn eigen kind. Dit was waar ik voor was gemaakt, dit was mijn identiteit. Als verdedigingstoren was het mijn taak om hem te verdedigen tegen alle kwaad van buitenaf. Gelukkig hoefde ik dat niet alleen te doen.

 

Dag en nacht stonden er bewakers bij mijn poort. Ik vond het eigenlijk wel fijn dat ze er waren. Hun kampvuur hield mij 's winters warm en in het holst van de nacht vertelden ze elkaar prachtige verhalen waar ik graag naar luisterde. Eén van de verhalen die mij erg aansprak was die over de hertog van Gelre. Reinoud of Reinald III, dacht ik. Zijn moeder had voorspeld dat hij en zijn broer Eduard zouden strijden om de titel van hertog. Toen zijn vader als hertog van Gelre stierf kwam deze voorspelling uit in de Gelderse Broederstrijd. Na 11 jaar in oorlog te zijn geweest, werd Reinoud bij Tiel door zijn broer gevangengenomen. Hij werd eerst vier jaar in kasteel Rosendael opgesloten, voordat hij werd overgebracht naar een andere plek, maar ik weet niet waar hij nu is. De bewakers noemden hem Reinoud de Dikke, omdat hij als voormalig hertog zo goed werd behandeld dat hij erg corpulent was geworden. Zulke verhalen doen mij altijd fantaseren. Zou kasteel Rosendael hier dichtbij zijn? Zou ik daar ooit kunnen komen? Wat zou ik graag van kasteel Rosendael horen wat hij allemaal met die hertog heeft meegemaakt, als zijn muren konden praten...

 

Maar binnen mijn muren was er ook iets gaande. Mijn kind had mij nodig. Moeders voelen dat aan. Of vullen dat in. En ik was er voor hem, altijd. Soms voelde ik hem onrustig bewegen. Dan liet ik de wind door mijn keel glijden en zong ik voor hem, ook al wist ik dat hij me niet verstond. Toch leek het alsof het hielp. Ik voelde altijd dat hij na een tijdje stiller werd en weer ging liggen. Dan zong ik nog even door, tot ik zeker wist dat hij sliep.

Natuurlijk waren er ongemakken. Hij kon erg hard over mijn stenen krassen. Streepjes, altijd maar streepjes. Hij schopte soms ook. Normaliter bewoog hij niet veel, maar als hij dan een trap gaf, wee mijn gesteente. Maar ik verdroeg het allemaal. Dat heb je voor je kind over, dat is liefde. En wat was zes jaar nou eenmaal op een burchtenleven? Wel voelde ik me continue opgeblazen. Naarmate hij groeide werd dat steeds erger. Tegen het einde was hij zo groot, dat mijn poort open bleef staan. Toen wist ik dat het tijd was.

 

Ik was waarschijnlijk de eerste die een bevalling in het water doormaakte. Ik ben altijd bezorgd geweest dat het klotsende water langzaam maar zeker mijn gesteente zou afslijten, maar nu was ik vooral dankbaar voor deze verkoeling. In het begin had ik niet zoveel last. Tot de bewakers begonnen te roepen naar elkaar. Het was een stuitligging, ze kregen hem er niet uit. Hier was ik altijd bang voor geweest, maar ik had nooit kunnen voorzien dat het zoveel pijn zou doen. Dat ze mijn muren zouden verwoesten, mijn poort zouden uitbeitelen, mijn deursponningen zouden verwijderen om hem eruit te krijgen. Het deed zo'n zeer. Ik wilde gillen, maar er kwam geen wind door mijn keel. Het was zo warm dat er water over mijn rotsblokken sijpelde. Maar ze bleven doorgaan. Ze bleven hakken. Tot ik diep ingescheurd was.

 

Toen voelde ik hoe hij me langzaam verliet. Een rilling bekroop mijn gesteente, want ik besefte dat ik hem nooit meer zou zien. Ik wist dat het zou gebeuren, natuurlijk wist ik dat. Hij was eigenlijk niet van mij. Maar ik had die gedachte opgesloten in één van mijn kerkers. Het zat zo ingemetseld dat ik zijn moeder was. Natuurlijk bereidde ik me voor op de bevalling. Maar ik had er nooit echt bij stilgestaan wat er daarna zou gebeuren. Toen ze hem wegdroegen wilde ik uit mijn fundament opstaan en achter hem aan stormen. Ik wilde hem oppakken en terug in mijn armen nemen. Ik zou hem beschermen tegen het zonlicht, de regen, de wind. Tegen degenen die hem van mij wilden wegnemen. Ik zou hem warm houden, zoals ik jarenlang had gedaan. Maar ik zat vast, met mijn voet in de zuigende modder. Nu kon ik alleen maar toekijken hoe mijn kind steeds verder van me weg werd gedragen en een groot gapend gat achterliet.

 

Die winter hoorde ik de bewakers bij hun kampvuur weer praten over Reinoud de Dikke. Na de dood van zijn broer was hij vrijgelaten en als hertog in ere gesteld. Maar slechts een paar maanden later is hij plotseling gestorven. Mijn hart zonk. Ik wilde mijn kind niet afstaan. Ik wilde hem beschermen voor alle kwaad van buitenaf. Als hij bij mij was gebleven, had hij nu nog geleefd. Mijn poort is nooit volledig hersteld. Mijn deursponningen liggen er nog altijd uit. Mijn hart is een ruïne.

 

Tekening van kasteel Nijenbeek uit 1870. Kasteel Nijenbeek zwanger
Tekening van kasteel Nijenbeek uit 1870
De dood van Reinald III - Gedenkwaardigheden geschiedenis Gelderland, Isaac Anne Nijhof, p116. Kasteel Nijenbeek zwanger, Chayah Godschalk Visser
De dood van Reinald III

Lees ook: