ARCHIEFONDERZOEK GULDEN SPIJCKER SONSBEEK ARNHEM | Chayah Godschalk-Visser

Wat is er met het Gulden Spijcker op het eiland in Sonsbeek gebeurd?

Gulden Spijcker op de kaart van Jacob van Deventer in 1560. Gelders Archief Arnhem 1551-1106

 

Op het eiland middenin de Grote Vijver in Park Sonsbeek zijn muurresten gevonden. Deze bleken afkomstig van het oorspronkelijke huis Gulden Spijcker uit 1430. Spijcker komt van het Latijnse woord spica, dat betekent voorraadschuur.1 Volgens A. Markus zijn spijckers een soort van kleine landhuizen of buitenverblijven.2 Maar wat is er met het Gulden Spijcker gebeurd?

 

Het tegenwoordige Park Sonsbeek bestond 250 jaar geleden uit verschillende landerijen. De oudste hiervan zijn de Wiltbaen (waar nu Brasserie de Boerderij staat), Heimenscamp, de Gulden Bodem en het Gulden Spijker.3 Het huis Gulden Spijker is gebouwd in 1430 bij de Sint-Jansbeek, waar nu het eiland in de Grote Vijver ligt. Het diende oorspronkelijk als buitenhuis door Arnoud van Egmond, hertog van Gelre.4 Bij de aanleg van een concertpodium op het eiland in Sonsbeek zijn in 1915 muurresten van het Gulden Spijcker gevonden. 

 

Hertog Karel van Gelre

Vanaf 1524 bouwt hertog Karel van Gelre ter plaatse van het oude Gulden Spijker een jachtslot met dezelfde naam en een kapel waar hij zijn godsdienst uitoefent. Het hele gebied eromheen gaat Gulden Spijker heten. In het gebied rondom de huidige Brasserie de Boerderij paalt hertog Karel van Gelre de Wiltbaen af voor de jacht. In eerste instantie wordt het afgerasterd met plaggen, in de 18e eeuw worden hierop stenen palen geplaatst, waarvan er nog één overeind staat boven de Parkweg, vlakbij de Boerderij.5 Hij gebruikt de spreng van de Sint-Jansbeek, de Zijpe, als viswijer.6 Hertog Karel van Gelre handelt veel van zijn Gelderse staatszaken op het Gulden Spijcker af, dat blijkt uit verschillende oorkonden: ‘gegeven op onsen Gulden Spyker’.7

 

Gulden Spicker gebouwd 1430 uit Kronijk van Arnhem door Gerard van Hasselt

Muurresten op het eiland in Sonsbeek

De kroniek van Van Hasselt uit 1790 stelt dat de bouwstenen voor het Gulden Spijcker in 1430 van Rosendael afkomstig waren.22 De bakstenen die werden gevonden bij de opgraving in 1915 hadden dan ook een opvallend grote maat, wat hiermee te verklaren is. Uit de gevonden fundering maken Dagobert en Taco Hermans in Middeleeuwse woontorens in Nederland op dat de afmetingen van de stenen 31,5x15,5x7cm waren. Het Gulden Spijcker zou 8 bij mogelijk 8 meter zijn en de muurdikte 45 cm. De hoogte is niet meer te bepalen. Volgens hen bevond zich in het midden een dwarsmuur met aan weerzijde een haard. En werd het slot omgeven door twee grachten en een singel.23

Muurresten van het Gulden Spijker gevonden op het eiland in Sonsbeek. Bron Gelders Archief Arnhem

De omtrek van 8x8m leiden zij af van de plattegrond uit 1560, waarop een vierkante toren lijkt afgebeeld. Dit zou betekenen dat de gevonden muren precies de helft beslaan van de hele fundering. Verder merkten zij op dat de hoeken ontbreken, omdat hier houten staanders zouden hebben gestaan. Dit zou duiden op bouwkundig vakwerk.24 Uit welke periode het fundament dateert durven zij nog niet te zeggen. Mogelijk zijn dit de originele funderingen uit 1430. In 1524 bouwde Hertog Karel van Gelre zijn jachtslot namelijk op de oude fundering van Arnoud van Egmond.

 

Van wie was het Gulden Spijcker?

Na de dood van hertog Karel van Gelre in 1538 wordt het Gulden Spijker op 7 januari 1541 toegewezen aan Steven van Ruytenborch. Van Ruytenborch had tijdens een veldtocht voor Hertog Karel in Friesland schade opgelopen, waarvoor hij werd gecompenseerd met o.a. het Gulden Spicker en het Silveren Spicker.8

 

schets sonsbeek van kuyk over de tekening jacob van deventer 1550-1908 bron kaartenverzameling gemeente arnhem 1506-7670

'1541 januari 7 (op fridach nae die Heilige Drie Konynghendach). Burgemeesteren, schepenen, raad en gildemeesters van Arnhem oorkonden, dat Joest, graaf tot Bronckhorst, heer tot Borckelloe etc., Christoffell, graaf tot Moerze en Sarwerden etc., en Seger van Arnhem als executeuren van Kaerle, hertog van Gelre, met consent van Willem, hertog toe Gelre etc., uit de erfenis van hertog Kaerle, niet behorende aan het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, overgegeven hebben aan Stheven van Ruytenborch een erf en goed, geheten de Kannenborch, met de pel- en volmolen, gelegen te Vaessen, door Dirck van Keppel overgedragen aan hertog Kaerle, de Gulden en Silveren Spickeren buiten Arnhem gelegen, en het huisje, dat hertog Kaerle heeft lateren timmeren tot Marten op grond van het klooster van Redynckhem, en hechten hun goedkeuring hieraan.'9

Agnes van Leeuwenbergh

Toen Karel V het gebied Gelre innam, legde hij beslag op de bezittingen van Hertog Karel van Gelre. Ook de weduwe van Ruytenborch, Agnes van Leeuwenbergh, werd gesommeerd om het Gulden Spijcker e.a. over te dragen, maar zij weigerde.

 

Daarom spant de momboir (voogd in Gelre) van Karel V in 1547 een rechtszaak aan tegen Agnes van Leeuwenborch, weduwe van Steven van Rutenborch. Op 27 februari moet ze voor het Hof verschijnen om haar recht op het Gulden Spijcker te bewijzen.10 In 1553 is de zaak nog niet uit en ze ontvangt van de momboir een Aanmatiging van de huizen van Heerde, Cannenburch en Gulden en Zilveren Spyker te Arnhem.11

Opvallend hieraan is dat de Cannenburch wordt genoemd, maar die was al in 1540 verkocht aan Zeger van Arnhem. ‘1540 februari 16 (des manendachs post invocavit)

Steven van Ruytenborch en Agnies van Leuwenberch, zijn vrouw, verkopen aan Zeger van Arnhem het erf en goed, "de Poll genant Kannenborch", zoals verkoper dat van de executeurs van hertog Karel ontvangen heeft als schadevergoeding voor zijn gevangenschap.’12

 

Agnes van Leeuwenbergh bleef om haar vermogen vechten tot aan haar dood. Daar het huwelijk met Van Ruytenborch kinderloos is gebleven, schreef ze in haar testament van 11 augustus 1562 de rechten van o.a. het Gulden Spijcker toe aan haar schoonzus, Judith van Ruytenborch.13

 

Philips II

Judith van Rutenborch is in 1549 getrouwd met Gielis (Jelis Jacobs) Pieck van Enspijck (raadsheer van het Hof van Gelre). In 1559 beleent Philips II (1555-1581 opvolger van Karel V) Pieck met het Gulden Spijcker.14 Onder beheer van Pieck bewoont en onderhoudt Jan Thymanssen het goed, tegen een beloning. Maar het geheel wordt verwaarloosd en dat kost Pieck de belening in 1568.15

 

Op 14 oktober 1573 wordt Baudewyn Willemsz van der Boe, rekenmeester te Gelre, beleend met ‘t Huyskens, genoont den Gulden Spycker’ beleend ‘tot Zutphensen rechten’.

Op 16 augustus 1597 wordt Daem van der Boe beleend.

In 1581 is Philips II niet meer aan de macht in Nederland, wat er met de lenen gebeurt is niet duidelijk, maar de Gulden Spijcker lijkt het eigendom te zijn van Arnt van der Boe, op 12 maart 1612 draagt hij het namelijk over op Willem van der Boe.16

Gulden Spijcker in het Register op de Leenaktenboeken van Gelre en Zutphen Het Kwartier Arnhem Vereniging Gelre 5a p20

In de 18e eeuw is het Gulden Spijker leenroerig aan het huis Doorweerth. Rond 1724 is Tijmen (Tijman) Jansen ermee beleend17 en in elk geval tussen 1742 en 1768 zijn zijn erfgenamen Jan en Willem Tijmensen leenmannen van de Gulden Spijcker.18

 

Wanneer is het huis Gulden Spijcker afgebroken?

Voorheen was de huidige Parkweg tussen Sonsbeek en Zypendaal een dam uit 1663. Het water boven de dam hoorde bij Zypendaal en was van Josias Harn, die de dam had laten bouwen. Het water onder de dam was in beheer van Jan Tymensen. Hij liet op deze plaats in 1692 een papiermolen bouwen, toen de papierindustrie op gang kwam. Deze Molen van Naberman is vernoemd naar de laatste molenaar Gerrit Naberman. In 1742 kocht H.W. Brantsen, de toenmalige eigenaar van Zijpendaal, de Molen van Naberman.

 

In 1775 gaan de Doorweerthse lenen, het Gulden Spijcker incluis, over op Gerhard Pronck, burgemeester van Arnhem.19 Toen Burgemeester Pronck dit deel opkocht wilde hij de Molen van Naberman waarschijnlijk niet hebben, want Bransten liet het in mei 1776 afbreken met de gedachte ‘de gront van de molen te sullen verlaten, van intentie sijnde om mitsdien vurs, molen af te breken en het water aen mij te behouden’.20

In juli dat jaar levert hij de metselstenen afkomstig van een afgebroken huis en molen op het Gulden Spijcker bij Burgemeester Pronck af.21

Dit lijkt erop dat het huis en de molen als een geheel gezien werden. Dit doet vermoeden dat de afbraak van de molen en het Gulden Spijcker in dezelfde tijd gebeurde, namelijk in de leentijd van Burgemeester Pronck (1775-1779).

 

Waarom werd het Gulden Spijcker afgebroken?

Grote vijver met het eiland van het Gulden Spijcker in Sonsbeek Arnhem in 1916

We weten van meerdere gebouwen die in de tijd verloren zijn gegaan, zoals in 1919 de ijskelder, in 1828 de Bruijnincks- of Sonsbeeck korenmeule, in 1823 de Gelderse Molen en in 1776 de Molen van Naberman. In die tijd waren het dan ook nog geen monumenten, het waren simpelweg gebruiksvoorwerpen en was men niet bekend met de cultuurhistorische waarde ervan. Men denkt dat de molen op het Gulden Spijcker is afgebroken voor de aanleg van het landgoed. Wellicht dat het huis Gulden Spijcker om diezelfde reden ten onder is gegaan.

 

De grootte van het onderhoud aan het slot op het eiland zou ook een reden kunnen zijn. De Kronijk van Arnhem, waarin een rechtszaak rond het Gulden Spijcker in 1569 wordt beschreven, schetst een beter beeld van het de werkzaamheden rond het eiland en hoe het Gulden Spijcker deel uitmaakte van het dagelijks leven uit die tijd.

 

De gaten in de wal langs de Wiltbaan moesten bijvoorbeeld gedicht worden, want schapen en beesten mochten niet op de wal van de kapel komen. Als er toch beesten op het erf van het spijcker zouden komen, zouden die geschoten worden. Men mocht ook de wegen in het water niet zomaar gebruiken. En er is sprake van dat er ten tijde van Agnes van Leeuwenbergh een aantal bomen zijn gekapt zonder haar medeweten, terwijl zij ziek in Utrecht lag.25

Het Gulden Spijcker kent een rijke geschiedenis. Eeuwenlang is er om gestreden, zijn er rechtszaken om gespannen, is hij verwaarloosd, is hij beleend en overgenomen, waarna hij in de achttiende eeuw een tragisch einde tegemoet ging. Gelukkig komen we stukje bij beetje steeds meer achter het verhaal van de Gulden Spijcker, dat nooit afgerond is, maar ook nooit verloren gaat.

 

Lees ook:

Bronnen

1 Christine Schulte 2009, de Soete Ruste van een aangenaam Buijtenleeven

2 A. Markus 1907, Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen, 486

3 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek

4 Gerard van Hasselt 1790, Kronijk van Arnhem, 86,87

5 I.A.Nijhoff 1828, Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, 95

6 Kronijk van Arnhem, 182

7 G.A. Kuyk 1915, Het ‘Gulden Spyker’ op Sonsbeek bij Arnhem, Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre XVIII, 147

8 Isaac Anne Nijhoff, 1828, 95

9 Gelders Archief, Huis De Cannenburg, inv. nr. 92

10 Gelders Archief, Brieven van en aan het Kwartier van Veluwe, inv. nr. 111

11 Gelders Archief, Hof van Gelre en Zutphen, inv. nr. 4928

12 Gelders Archief, Huis De Cannenburg, inv. nr. 88

13 Utrechts Archief, Archieven, Bewaarde archieven II, reg. nr. 2200

14 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek

15 Rekenkamer Gelderland, Extract uyt het Memoriael Bouck van alrehande Saeken hier ter Camere gehouden, inv. nr. 6

16 “Register op de Leenaktenboeken van Gelre en Zutphen: Het Kwartier Arnhem”, Vereniging “Gelre”, nr. 5a

17 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 15

18 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 16

19 Gelders Archief, Landgoed Sonsbeek, inv. nr. 22

20 Gelders Archief, Familie Brantsen, inv. nr. 382

21 Gelders Archief, Familie Brantsen, inv. nr. 383, 36

22 Gerard van Hasselt 1790, Kronijk van Arnhem, 11

23 Dagobert en Taco Hermans, Middeleeuwse woontorens in Nederland, 173

24 Hermans, Middeleeuwse woontorens in Nederland, 97 

25 Gerard van Hasselt 1790, Kronijk van Arnhem,179-182