De vrouw die het opnam tegen Keizer Karel V

In 1543 valt Keizer Karel V Gelre binnen, dit is een van de laatste Nederlandse gebieden die vanaf nu onder zijn bewind vallen. Al met al heeft Karel V meer gebied dan het hele Romeinse Rijk bij elkaar. Een grote man dus. Maar er was een vrouw die daar niets van wilde hebben.

 

Agnes van Leeuwenbergh  

Agnes van Leeuwenbergh werd rond 1500 in Utrecht geboren als dochter van Henrick van Leeuwenberch en Margaretha Proys, die haar Agniese noemden. Ze stamt via haar moeder af van de machtige Utrechtse patriciërsfamilie Proys. Haar over- overgrootvader was Beernt Proys, burgemeester van Utrecht, die in 1425 door leden van het Vleeshouwersgilde in zijn bed werd vermoord, in huize Proeysenburch te Utrecht.1

Agnes trouwt met Steven van Rutenborch, raadslid van Arnhem. Steven had tijdens een veldtocht voor Hertog Karel van Gelre in Friesland schade opgelopen, waarvoor hij werd gecompenseerd met o.a. het Gulden Spijcker in het huidige Sonsbeek.2

 

“1541 januari 7 (op fridach nae die Heilige Drie Konynghendach)

Burgemeesteren, schepenen, raad en gildemeesters van Arnhem oorkonden, dat Joest, graaf tot Bronckhorst, heer tot Borckelloe etc., Christoffell, graaf tot Moerze en Sarwerden etc., en Seger van Arnhem als executeuren van Kaerle, hertog van Gelre, met consent van Willem, hertog toe Gelre etc., uit de erfenis van hertog Kaerle, niet behorende aan het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, overgegeven hebben aan Stheven van Ruytenborch een erf en goed, geheten de Kannenborch, met de pel- en volmolen, gelegen te Vaessen, door Dirck van Keppel overgedragen aan hertog Kaerle, de Gulden en Silveren Spickeren buiten Arnhem gelegen, en het huisje, dat hertog Kaerle heeft lateren timmeren tot Marten op grond van het klooster van Redynckhem, en hechten hun goedkeuring hieraan.”3

 

Het Gulden Spijcker

 

Het huis Gulden Spijcker is in 1430 bij de Sint-Jansbeek (waar nu het eiland in de Grote Vijver ligt) gebouwd als buitenhuis door Arnoud van Egmond, hertog van Gelre. 

 

Bron: Kronijk van Arnhem

 

Vanaf 1524 bouwde zijn opvolger hertog Karel van Gelre ter plaatse van het oude Gulden Spijcker een jachtslot met dezelfde naam en handelde veel van zijn Gelderse staatszaken op het Gulden Spijcker af, dat blijkt uit verschillende oorkonden: ‘gegeven op onsen Gulden Spyker’.

In 1915 zijn bij de aanleg van een concertpodium muurresten van het Gulden Spijcker gevonden.

 

Muurresten van het Gulden Spijker. Bron: Gelders Archief

 

Toen Karel V het gebied Gelre innam, legde hij beslag op de bezittingen van Hertog Karel van Gelre. Ook Agnes, inmiddels weduwe, werd gesommeerd om het Gulden Spijcker e.a. over te dragen, maar zij had de eigendomsrechten van Hertog Karel gekregen. Dus ze weigerde.

 

Agnes nam het op tegen de Keizer

In 1547 spant de momboir (voogd in Gelre) van Karel V een rechtszaak aan tegen Agnes van Leeuwenborch, weduwe van Steven van Rutenborch. Op 27 februari moet ze voor het Hof verschijnen om haar recht op het Gulden Spijcker te bewijzen.4

 

In 1553 waren ze er nog niet uit en ze ontvangt van de momboir een Aanmatiging van de huizen van Heerde, Cannenburch en Gulden en Zilveren Spyker te Arnhem.5

Opvallend hieraan is dat de Cannenburch wordt genoemd, maar die is al in 1540 verkocht aan Zeger van Arnhem.

 

‘1540 februari 16 (des manendachs post invocavit)

Steven van Ruytenborch en Agnies van Leuwenberch, zijn vrouw, verkopen aan Zeger van Arnhem het erf en goed, "de Poll genant Kannenborch", zoals verkoper dat van de executeurs van hertog Karel ontvangen heeft als schadevergoeding voor zijn gevangenschap.’6

 

Agnes' strijdlust

Agnes van Leeuwenbergh bleef 15 jaar lang om haar vermogen vechten, tot aan haar dood. Daar het huwelijk met Van Ruytenborch kinderloos is gebleven, schreef ze in haar testament van 11 augustus 1562 de rechten van o.a. het Gulden Spijcker toe aan haar schoonzus, Judith van Ruytenborch, vrouw van Gielis Pieck van Enspijck. Het Gulden Spijcker, waar ze zo lang om gestreden had, bleef zo toch in de familie.

 

Maar ze deed nog iets anders moois. In haar testament bestemde zij de gehele opbrengst van haar overige nalatenschap 'tot alimentatie, nootdruft ende onderhout van armen mensschen, mans ende vrouwenpersoenen, die gheen onderhout en hebben, sieck, cranck, ongevallich, bedtvast ende oick van peste bevanghen wesende, die sonder hulp van aelmissen nyet en souden connen geleven'

Met de opdracht 'een huys mit synen nootelicke toebehoiren van denselven goederen erigeren, om die tontfanghen, ende dit al op sulcke ordonnantie in alsulcke huyse ende plaetsse, als zy testatrix bij haren leven zal willen begrypen ende schriftelick ordonneren.'7

En zo werd zij de stichteres van het pesthuis Leeuwenbergh in Utrecht, dat later Gasthuis Leeuwenbergh werd, onder welke naam deze nog steeds bestaat.

 

Maar het verhaal krijgt nog een staartje. Keizer Karel V is inmiddels opgevolgd door Koning Philips II. Het schriftelick ordonneren door Agnes is kennelijk niet gebeurt, de ordonnantie is bij haar overlijden in elk geval niet gevonden, waardoor Phillip II bij een octrooi van 19 mei 1564 haar nalatenschap kon bestemmen voor zijn eigen plannen.8

 

Agnes’ executeurs hebben toen een 'accoord gemaect mit der bruerschap van Sinte Quintijns-gasthuis' tot 'uuytcoep' van het gasthuis, waardoor op deze plek in 1567 alsnog het pesthuis Leeuwenbergh is gesticht.9

 

Wellicht op dezelfde manier is ook het Gulden Spijcker toch in handen gekomen van Philips II. Maar de strijdlust van Agnes was kennelijk vatbaar, want het lukte Gielis Pieck van Enspijck, de man van Judith van Ruytenborch, om er alsnog in 1559 mee beleend te raken.

Het Gulden Spijcker bleef zo in beheer van de familie van Agnes van Leeuwenbergh, de vrouw die het opnam tegen Keizer Karel V.

 

1 Stamboom Proys

2 Isaac Anne Nijhoff 1828, Wandelingen door een gedeelte van Gelderland, 95

3 Gelders Archief, Huis De Cannenburg, inv. nr. 92

4 Gelders Archief, Brieven van en aan het Kwartier van Veluwe, inv. nr. 111

5 Gelders Archief, Hof van Gelre en Zutphen, inv. nr. 4928

6 Gelders Archief, Huis De Cannenburg, inv. nr. 88

7 Utrechts Archief, Bewaarde archieven II, reg. nr. 2200

8 Utrechts Archief, Bewaarde archieven II

 

9 Resolutie van regenten, 26 juli 1584, 9 augustus 1584