“Write what should not be forgotten.” - Isabel Allende


INTERVIEW

OPGEGROEID IN HIERDEN TIJDENS WO II

Twee vriendinnen uit Hierden willen hun beleving van de Tweede Wereldoorlog met ons delen. Deze dames van 83 en 88 jaar groeiden tijdens de bezetting op. Het leeftijdsverschil tussen hen zorgde ervoor dat ze de gebeurtenissen op verschillende manieren hebben beleefd. 75 jaar later vertellen zij hun verhaal.

Nellie was 8 jaar toen Harderwijk en Hierden door de Duitsers werden bezet. Zij woonde met haar ouders en drie broers vlak achter de straat van Joukje. Joukje was 13 jaar en de jongste van vijf meiden.

Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers onaangekondigd Nederland binnen. Wat herinnert u zich van die dag?

Joukje: ’s Ochtends vroeg werden we gewekt door een buurvrouw. Ze vertelde mijn moeder dat de oorlog was begonnen en we moesten ons direct buiten verzamelen. We hoorden op de radio over de gebeurtenissen in het land. Dat was erg beangstigend.

Nederland is in totaal vijf dagen in oorlog geweest met Duitsland. Op 15 mei 1940 gaf Nederland zich over en sindsdien werd het land door de Duitsers bezet. Waaraan merkte u dat u niet vrij was?

Nellie: We waren nooit veilig. Er kwamen regelmatig gevechtsvliegtuigen overvliegen. Na enige tijd wisten we uit ons hoofd wat voor soorten er waren en we gaven ze zelfs namen. Er werden er ook veel neergeschoten, de hemel lichtte dan op.

Joukje: Verdwaalde kogels konden veel schade aanrichten. Een gezin uit de buurt was gezellig kerst aan het vieren. Ze zaten aan tafel en het jonge dochtertje was enthousiast aan het zingen. Plotseling schoot er een kogel door het raam en het kindje werd geraakt. De kogel was afkomstig van een vliegtuig dat de Stelling Hase in Harderwijk beschoot. Het arme meisje overleefde het niet. Erg verdrietig!

Nellie: Overal langs de weg zaten gaten in de grond.

 

Eenmansgaten heetten die. Op je hurken zat je beschermd tegen vliegtuiggeschut dat horizontaal langs de grond ging. We hadden ook schuilkelders achter het huis, waar we ’s nachts soms urenlang moesten wachten tot het weer stil was.

Joukje: Mijn zus, die toen zwanger was, stond een keer buiten toen er ineens een vliegtuig overkwam. Ze kon niet op tijd weg komen, dus redde ze zichzelf door om een boom met het vliegtuig mee te lopen. Een andere keer na vuurgevechten vond ik een grote ijzeren bomscherf in de muur van ons huis. Er kon altijd iets gebeuren, maar ik was eigenlijk nooit bang.

Nellie: Nou, ik wel!

Joukje: Ik maakte er altijd maar een spelletje van. Als er bijvoorbeeld weer eens razzia was, werden de kinderen naar het woud gestuurd om bosbessen te plukken. Daar speelden we met pijl en boog, met vergieten als helmen op ons hoofd. Alsof niets ons raken kon.

Nellie: We praatten thuis ook niet over wat er gebeurde. Als je ernaar vroeg, kreeg je toch geen antwoord. We gehoorzaamden en vroegen nergens naar. Dit was normaal, dit was onze jeugd.

Wat heeft het meest indruk op u gemaakt?

Joukje: Het geheimzinnige. Van een mevrouw in Harderwijk moest ik eens een pakketje naar het station brengen. Ik moest het afgeven aan een meisje met een zakdoek in haar hand, maar ik mocht niets zeggen, zelfs geen gedag. Ik kan me het meisje van twintig jaar nog zo voor de geest halen, met haar donkerblauwe jas en zwarte haar. Ik heb gedaan wat de vrouw zei, zonder er ooit achter te komen wat er in het pakketje zat. In die tijd gehoorzaamde je gewoon en je sprak er thuis ook niet over. Thuis sprak je eigenlijk nergens over. Mijn vader zag een keer een Duitse auto geparkeerd met een zendapparaat achterop. Hij heeft dat apparaat gestolen en naar huis gebracht. Ik mocht er niet naar vragen of over praten.

 

Die nacht werd het opgehaald door de ondergrondse. Toen was ik wel angstig, want ik besefte: als mijn vader gepakt werd, zouden de Duitsers geen genade hebben.
Zij waren meedogenloos. Onze dokter uit het dorp protesteerde toen soldaten zijn fiets in beslag wilden nemen. Hij had namelijk een vergunning om die fiets te houden. Ze schoten hem ter plekke dood en een verdwaalde kogel doodde ook de melkboer, die er toevallig achter stond.
Je moest altijd op je hoede zijn. Toen we mijn overleden grootmoeder gingen begraven kwam er plots een vliegtuig over. Die schoten op alles wat bewoog en zo'n hele optocht zouden wel eens als vijandig kunnen worden aangezien. Dus iedereen sprong in de greppel en bleef stokstijf liggen. Ik zie de kist nog staan – eenzaam op die weg. Maar het vliegtuig vloog gewoon verder. We waren net op tijd.

Nellie: Alles was op de bon. Je moest uren in de rij staan om iets te krijgen. Soms stonden er nog maar drie mensen voor je en dan was het op. We hadden geen suiker en weinig zout. Maar omdat we het niet breed hadden waren we inventief. 's Avonds maakten we licht door een fiets op de kop te zetten en de pedalen te draaien. Of we deden olie in een jamblikje met een lont erin. Maar moeders was maar wat zuinig met de olie!
Wat het meest indruk op mij heeft gemaakt was de armoede. Ik herinner me nog dat vijf Amsterdamse jongens door hun ouders werden weggestuurd omdat er geen eten meer was. Ze waren vanuit Amsterdam helemaal hierheen gelopen en mochten in het kippenhok slapen. Ze zijn zes weken gebleven. Later kregen we een meloen als dankbetuiging. We aten het niet op, omdat we dit fruit niet kenden.
We verbouwden wel zelf onze groenten. Mensen die op hongertocht langs ons huis kwamen, mochten bij ons op het stro slapen en ze kregen een warme maaltijd. De volgende dag gingen ze dan verder, met oude kinderwagens of op gammele fietsen. Ze reisden tot over de IJssel om voedsel te halen, maar vaak werden ze opgewacht door


Duitsers die het hen weer afnamen. Onderling werd er ook gestolen, dus veel mensen kwamen met lege handen terug. Dat was schrijnend om te zien.

 

Op 18 april 1945 werden Harderwijk en Hierden bevrijd. Wat herinnert u zich nog van de bevrijding?

Nellie: In Harderwijk was het feest, maar het ging er hard aan toe voor de opgepakte Duitsers en NSB'ers. Ook voor de 'moffenmeiden', maar de rijke meisjes werden minder hardhandig aangepakt dan de arme. Die werden kaalgeschoren. Dat vond ik wel heel erg.

Joukje: In Hierden waren we de hele dag al aan het wachten op de Canadezen. Uiteindelijk kwamen de tanks binnen rijden en dit keer waren het de Duitsers die opgejaagd werden. Overal zag je ze rennen, ze probeerden nog om te vluchten. Sommigen stalen fietsen om weg te komen, anderen drongen woningen binnen om zich te verschuilen. Ik werd nog bijna aangereden door twee soldaten op een motor. Dat waren de laatste Duitsers die ik heb gezien.

Waaraan merkte u dat u vrij was?

Nellie: We konden weer zorgeloos over straat. Er kwam veel kleding uit Amerika. Daar moest je snel bij zijn, anders waren de betere stukken al vergeven. Ook werd er voedsel uitgedeeld. Voor het eerst in mijn leven at ik biscuits met nootjes en witte brood. Dat was toch wel zo lekker!

Joukje: Ik voelde wel een leegte. Alles wat ik kende was veranderd en ik moest opnieuw mijn draai vinden. Mensen die eerder over de vloer kwamen, zag je ineens niet meer. In de oorlog waren armen en rijken gelijk, maar nu werd er weer verschil gemaakt. De oorlog was voor ons voorbij, maar de armoede nog niet. Mensen sliepen nog steeds in kleine kamertjes, zelfs in kippenhokken. Ik was wel even gedesillusioneerd.

Nellie: Ik voelde helemaal geen leegte. Ik was vrij.

*Namen zijn gefingeerd.



Wanneer liefde niet lief is

 

Een warme knuffel om je te begroeten, lieve berichtjes op je Facebook-pagina, een onverwacht cadeautje van je vriend(innet)je. Het zijn van dat soort dingen die je spontaan opvrolijken en je laten voelen dat je geliefd bent, met hier en daar een vlindertje in de buik. Heerlijk. Maar liefde is niet altijd lief.

Ik moet denken aan dat filmpje dat een aantal weken geleden over het internet ging. Een moeder had haar zoon bij demonstraties in Baltimore gezien en hem, op z'n zachts gezegd, met harde hand daar weggehaald. "Ik wilde echt niet dat hij een tweede Freddie Gray zou worden. Is hij perfect? Nee, dat niet, maar hij is wel mijn zoon", verklaarde ze later in een interview. Op de vraag hoe dat voor hem voelde, zei de jongen: "Ze deed het omdat ze om me geeft, ze wilde me beschermen." Veel mensen hebben het filmpje misschien met plaatsvervangende schaamte voor de jongen zitten kijken, omdat hij zo door zijn moeder werd vernederd, maar eigenlijk is deze jongen bevoorrecht ten opzichte van velen anderen, want hij weet zich geliefd.
Het was niet liefkozend en het was niet zachtaardig (en of het een pedagogisch verantwoorde aanpak was, is een andere discussie), maar het was uit liefde dat deze moeder haar zoon beschermde en hem persoonlijk kwam weghalen van een plek die niet goed voor hem was. Hij zal de schaamte vergeten, maar voor altijd weten dat zijn moeder van hem houdt.

Echte liefde is kordaat en recht door zee. Echte liefde beschermt je en zal je altijd de waarheid zeggen met als doel je beter te maken dan je gisteren was.


Misschien dat je het wel herkent, dat iemand je iets vertelt wat je niet wilt horen, waarvan je eigenlijk wel weet dat het de waarheid is. Het voelt naar en geeft automatisch wrijving. Het is niet gek dat je eerste reactie is om in de verdediging te schieten. Want het betekent meestal dat je iets zal moeten veranderen, een andere weg in moet slaan of een andere manier van denken aan moet nemen. En het kan lang duren voordat je het omarmt.
De meesten in je omgeving zullen zich er ook niet aan wagen om het te benoemen, bang voor de weerstand die ze kunnen krijgen. Bang dat het niet gezellig meer zal zijn of dat je zelfs niet meer met ze wilt praten. Maar als je geluk hebt zit er één tussen die zegt: "Ook al kost dit me ons contact, ik geef er meer om dat het goed met je gaat en dat mag me best iets kosten".
Dus wanneer mensen je precies datgene zeggen wat je niet wilt horen, terwijl je diep in je hart voelt dat het de waarheid is, weet je dan geliefd. Duw deze mensen niet weg, maar koester ze. Want ze koesteren jou.

 

Een warme knuffel om je te begroeten, lieve berichtjes op je Facebook-pagina, een onverwacht cadeautje van je...

Bericht door 365 dagen succesvol.

Een warme knuffel om je te begroeten, lieve berichtjes op je Facebook-pagina, een onverwacht cadeautje van je...

Posted by 365 dagen succesvol on dinsdag 14 juli 2015


Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

In het spoor van een nietsvermoedende Afrikaanse vrouw

 

Het is heet. Verdwaald lopen we langs een weg waar niemand woont. Vrachtwagens en boda's zoeven langs ons heen. Het rode stof dat ze achterlaten irriteert mijn neus en treitert mijn keel. In het gras en tussen de planten wachten insecten ons op. Maar ik kijk niet om me heen. Mijn blik is strak gericht op de voeten voor mij. Zoals een kuikentje de moederkip achterna loopt volg ik de Afrikaanse vrouw die de weg wijst. Ik zet mijn voeten waar zij is geweest. Ik concentreer me op haar ritme en in mijn hoofd maak ik er een deuntje op. Bij elke pas omhoog negeer ik de pijn in mijn benen. Ik ken het eindpunt niet en weet niet hoelang we nog moeten lopen. Ik probeer er niet aan te denken, ik probeer nergens aan te denken. Alleen aan de printen in het rode zand voor me.

 

Maar in dit verlaten gebied, ergens in Afrika, ver van huis, onder deze op z'n zachts gezegd oncomfortabele omstandigheden merk ik dat ik geniet. Niet van de brandende zon of mijn vermoeide spieren, niet van de warme lucht die moeilijk in te ademen is of van het lawaai om me heen. Ik geniet van het feit dat ik kan vertrouwen.

Voor even hoef ik niet mijn eigen spoor te trekken of mijn stappen te kiezen. Eventjes hoef ik niet om me heen te kijken om mezelf te beschermen voor wat er op me af komt. Even hoef ik niet te beslissen welke kant ik opga of na te denken waar ik uitkom. En heel even kan ik volgen, kan ik vertrouwen. De vrouw weet waar ze heen gaat en ze zal mij hier niet achterlaten. Het kabaal is niet gestopt en de auto's vliegen nog steeds om me heen, maar ik voel me veiliger dan ooit.

 

Bij onze bestemming aangekomen betrap ik mezelf erop dat ik had gehoopt dat er geen einde aan dit pad kwam, dat dit uur net iets langer zou duren dan alle anderen. Maar dan bedenk ik me waarvoor we hier zijn: om een meisje van negen jaar te laten zien dat ze geliefd en niet vergeten is. Ik kan direct doorgeven wat ik net heb ontvangen.

Terwijl het meiske in mijn armen vliegt concludeer ik dat ik de beste leerschool heb gevonden om een onbaatzuchtige, goede moeder te zijn: in het spoor van een nietsvermoedende Afrikaanse vrouw.

 


Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

You were worth liberating


De wagen remt af. Het legervoertuig komt precies voor mijn neus tot stilstand. Het is één uit de reeks bijzondere exemplaren die onder luid gejuich in Apeldoorn wordt onthaald. Het publiek had zich netjes in rijen langs de weg opgesteld om de Canadese veteranen te verwelkomen. En om ze te eren. Dit zijn namelijk dezelfde mensen die ons 70 jaar geleden van de Duitse onderdrukking hebben bevrijd. Om de vijf jaar komen ze naar Nederland om dit met ons te herdenken. Aangezien hun hoge leeftijd, is dit waarschijnlijk één van de laatste keren dat ze dit nog kunnen doen.
De mannen in het voertuig zwaaien naar de menigte en delen Canadese vlaggetjes uit. Brede glimlachen en glinsterende ogen sieren ze. Uit het niets staat één van hen op en roept: "You know, you were worth liberating..." Het valt stil. Vlaggetjes zakken omlaag. Net als vele onderkaken. Verbazing is van de gezichten af te lezen. Ik voel hoe zijn woorden de toeschouwers hebben geraakt. En anders mij wel.

"You know, you were worth liberating..."

Kippenvel kruipt over mijn armen als ik probeer te bedenken hoe het mogelijk is dat deze veteranen zo belangeloos handelden ten bate van mensen die ze niet eens kenden. Dat ze kwamen om te vechten voor een land, ver weg van huis. Vrijwillig. Dat ze kou, honger en vuurgevechten trotseerden. Kameraden verloren en gruwelijke taferelen voor eeuwig op hun netvlies brandden. Dat ze trauma's opliepen, waar ze de rest van hun leven mee moesten dealen. Om vervolgens terug te kijken en te concluderen: het is het waard geweest en ik zou het zo weer doen. Ik ben van mening dat er geen grotere liefde is dan dat; bereid zijn je leven te geven voor een ander.

Net zo plotseling als hij voor me stond begint het legervoertuig weer te rijden. De man verdwijnt uit het zicht, maar zijn woorden niet uit mijn hoofd. En het duurt niet lang voordat ze ook hun intrek in mijn hart nemen. De minderwaardige gevoelens die daar tot nu toe huisden worden het zwijgen opgelegd. Iemand vocht voor mij. Iemand stierf voor mij. En iemand kwam terug om te vertellen dat hij geen spijt heeft van zijn offers. Zodat ik vrij mocht zijn.

Dank u wel, dierbare held, dat u mij 70 jaar geleden heeft bevrijd. En vandaag opnieuw.




Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

Jij... bent onmisbaar

Je gaven onvervangbaar

Je kracht is inspirerend

Je wijsheid sierend

 

Je toekomst is hoopvol

Je dromen waardevol

Je creativiteit is uniek

En je hart geliefd

 

Je stroomt over van het talent

Je bent tot meer in staat dan je denkt

Ik bid dat je dit zien gaat

Als je hier vannacht ligt, alleen op straat

 


Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

What about me?

 

“What about me?” Er staan dertig kinderen om me heen te gillen, maar de hoge stem van deze jongen raakt me. We zijn net de hele sloppenwijk door gegaan om rijst, suiker en zeep uit te delen en de groep kinderen heeft ons gevolgd naar de auto. Hier  zoeken we kleding uit voor een aantal baby’s en twee vrijwilligers proberen met moeite ballonnen op te blazen. Tientallen handjes zijn uitgestrekt, wanhopig duwen ze elkaar aan de kant.
“What about me?!” Nog harder probeert hij de aandacht van de dames naar zich toe te trekken. Tevergeefs. De chaos is te groot, de geluiden te hard en de ballonnen raken op.

Oneerlijkheid. Dat is het enige wat ik voel. We hebben deze week tachtig gezinnen eten gegeven, dat had Lucas uitgerekend. "Voor maar één maaltijd", had ik gereageerd. Er waren nog zoveel mensen die niets kregen. Zal het ooit genoeg zijn? Hoe meer we doen, hoe meer nood we zien. Kan ik ooit tevreden zijn?

“What about me?” Het jochie blijft schreeuwen als iedereen in de auto stapt. Zijn pijnlijke vraag laat me niet los. En jij dan? Juist jij! Juist om jou heb ik maandenlang deze reis gepland, heb ik geld gespaard en ingezameld, heb ik kilometers gereisd om hier te komen, heb ik alles wat ik gewend ben achter me gelaten en heb ik me in een cultuur gestort waarin ik me nog steeds niet thuis voel. Juist om jou. Zodat ik op dit moment bij jou kan zijn en je kan vertellen dat je goed genoeg bent. Dat je geliefd en waardevol bent. Dit gaat om jou. Ik stap weer uit en geef hem een knuffel. Een glimlach van oor tot oor verschijnt op zijn gezicht. Ook al spreek ik geen Luganda, deze taal snapt hij wel. In de auto vertelt onze vriend: “Het maakt voor deze kinderen niet uit wat je ze geeft, maar dat je om ze geeft.” 

 

 


Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

De harteloosheid van wanhoop

 

Het kost maar een paar minuten: bevriend raken met een Oegandees meisje van tien jaar. Ze is ongelooflijk wijs; het lijkt alsof ik een volwassene tegenover me heb. Ze vertelt me over de keer dat haar zusje van een paar weken oud voor een rijdende auto werd gegooid. Door haar vader.

Ze neemt me mee naar de emoties van dat moment. Naar haar machteloosheid dat ze haar zusje niet kon redden. Haar eigen diepe overtuiging dat haar vader niet meer voor het kindje kon zorgen. Naar de hoofdrol van geld in haar leven, omdat het er niet is.

Dan kijkt ze me aan met haar wijze ogen en laat me in een paar seconden de realiteit van armoede zien. “Als ik later zwanger raak en daarom in de steek gelaten word, zal ik voor dezelfde keus komen te staan.” Haar blik verplaatst zich naar de grond en ik besef me: dit zijn geen monsters van mensen. Dit is de harteloosheid van wanhoop.

 

 


Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

Samen delen...

 

Het Oegandese meisje loopt al een tijdje achter me aan. Steeds wanneer ik me omdraai houdt ze halt. Nu ze eindelijk dichterbij durft te komen, stel ik de vraag waarop ze gehoopt had: “Are you hungry?” Verlegen knikt ze en staart naar de grond. Ik haal de chapatti’s die ik net op de markt heb gekocht, uit mijn tas tevoorschijn. De kleine pannenkoekjes zouden eigenlijk mijn avondeten voorstellen, maar ik duw ze in haar trillende hand. Ik stuur een glimlach haar kant op als ze knielt om haar dankbaarheid te tonen.

Wanneer ze wegrent, merk ik dat het me niets kan schelen om vanavond met een lege maag te gaan slapen. Wat geeft mij het recht om te eten als zij dat niet kan? Wat geeft mij het recht om niet te voelen waar zij doorheen gaat? De enige reden dat ik eten heb is dat mijn moeder in Nederland was toen ik geboren werd. Oneerlijkheid. Tegelijkertijd is dit de reden waarom ik nu dit meisje kan helpen.

 


Chayah Godschalk, Freelance Tekstschrijver Harderwijk

Norah

 

De sfeer in de auto is opgewekt. Vrolijke Afrikaanse muziek klinkt schel uit de boxen. Onze vriendin rijdt de jeep behendig tussen een taxi en twee voetgangers door. Getoeter en geschreeuw, maar daar kijken we niet meer van op. Ik strijk af en toe door Norah’s kroeshaar, terwijl de dreumes heerlijk in slaap dommelt op mijn schoot. Het was een drukke ochtend, maar het goede nieuws van de arts over haar toestand heeft ons nieuwe energie gegeven. Afgezien van de hevige ondervoeding en een lichte depressie, is ze gezond. De test voor HIV bleek negatief en als ze door gezonde voeding wat aansterkt kan het helemaal goed komen met dit meisje.

 

Norah was als baby door haar moeder bij de buren achtergelaten. Zij hadden geen geld om haar te verzorgen en zetten haar in een donkere kamer, waar ze de hele dag in haar eigen uitwerpselen moest zitten. Door ondervoeding kan ze niet lopen of staan. Ze kan nauwelijks haar hoofd optillen of haar veel te kleine armpjes en beentjes bewegen. Ze is twee jaar, maar ze is nog zo hulpeloos als een baby van een paar maanden.

 

Het is warm. Mijn witte shirt is nat en stinkt van Norah’s zweet. Ik probeer me te bedenken of ik dat nog wel erg vindt. Norah draait zich om en klampt zich net iets steviger aan me vast. Natuurlijk niet, grinnikt ik in mezelf, dit is me alles waard. Alsof ze onze opluchting had gevoeld heeft ze bij het eten voor het eerst een lachje laten zien. We konden ons geluk niet op toen ze ook wat geluidjes maakte. Ik aai over haar hoofdje. Een zacht piepje. "Ja meisje, we gaan naar huis."

 


© Chayah Godschalk